Huizen (NL) - Charleville Mezieres (F)

12 dagen / 29 juni 1997 - 10 juli 1997 / 365 km / 365 km totaal

Norbertijnenabdij Postel

De ooit zo bloeiende abdij van Floreffe stichtte al vóór 1138 een prioruij in Postel, in het noordoosten van de huidige Antwerpse Kempen. Godeschalk, de eerste prior, liet er in 1140 een oratorium of bidplaats optrekken. In die tijd kon het Kempenland nog een echt natuurgebied genoemd worden, maar toch bezat de jonge priorij een heel gunstige ligging namelijk op het kruispunt van de wegen Antwerpen-Keulen en Leuven-'s-Hertogenbosch. Dankzij die ligging verwierf Postel spoedig grote bekendheid. De voornaamste bezigheden van de kloosterlingen waren: koorgebed, armenzorg, de opvang van reizigers, de zielzorg en de ontginning van de streek door intensieve landbouw.

Het duurde echter nog tot 1618 vooraleer Postel, mede door steun van de aartshertogen Albrecht en Isabella, een autonome abdij werd. De toenmalige provisor Rombout Colibrant greep de gelegenheid aan om Postel ook bouwkundig aanzien te verlenen: hij liet de 1200 meter lange ringmuur rond de abdij voltooien en in 1610 trok hij de uitkijktoren op en liet ook nog het koorgestoelte installeren. Op 16 mei 1621 werd hij de eerste abt van de abdij.

Het begijnhof van Diest is een historische stadswijk in het noordoosten van de oude binnenstad van Diest waar vroeger de begijnen woonden. Dit begijnhof rekent men tot het stadstype, hetgeen betekent dat de huizen langsheen straten staan (zoals in een `ministad') en niet rondom een groot centraal plein.

De Sint-Sulpitiuskerk te Diest is een gotische parochiekerk aan de Grote Markt , waar in 1618 Philips Willem , oudste zoon van Willem van Oranje en diens eerste vrouw Anna van Buren , bijgezet werd.

Stempel Den Bosch
VRAAG
Wat heeft mijn denken toch voor nut 
als tóch weer onverwacht 
het blije en het boze komt 
wat ik niet zelf bedacht.
Toon Hermans  

 

 

Voetstappeninhetzand.nl

Betonplatenweg

-------------------------------------------------------------------------------

Zondag 29 juni 1997

Huizen – Bilthoven 23 km (23 km)

In bezit van een goed humeur, goed materiaal, St. Christoffel (beschermheilige van de reiziger) en 15 gedichtjes van mijn ouders (voor iedere zondag één) loop ik bij de Lage Vuursche de regen in.

Da's mooi, dan heb ik die regenkleding niet voor niets aangeschaft. Ik kom een stel tegen met kinderen, op fietsvakantie. Die zijn de regenkleding vergeten schijnbaar. Handig, als je met kinderen gaat fietsen in Nederland. Ik kom een stel tegen dat me de weg vraagt, ze zijn de kaart vergeten schijnbaar. Er na 50 kilometer trappen achterkomen dat je pas 10 kilometer bent opgeschoten doet mijn reis een gang om de aarde lijken. Goed in je materiaal zitten is een prettige ondersteuning van de gedachte dat je de rest zelf moet doen.

Een goed gebruik waarvan ik op deze eerste dag in ieder geval geen afstand doe is dat ik in één ruk 22 kilometer loop. Camping ‘de Biltse Duinen' lijkt geregeerd door penose in trainingspak die zo uit de tandem-asser op de scooter stappen om zich luidruchtig naar de naastgelegen tandem-asser te verplaatsen. Als je er even je best voor doet heeft dat ook z'n charme.

Voor de eerste maal op reis en voor de derde keer tot nu toe zet ik de tent op. In verband met de regen eerst de buitentent en dan de binnentent. Ik zal hem morgen in omgekeerde volgorde moeten afbreken want het ziet ernaar uit dat het nooit meer droog wordt. ‘Wat vandaag valt, valt morgen niet'. Als je dat iedere dag blijft zeggen is het alleen de laatste dag droog. Nog even opruimen en dan slapen. Morgen de eerste dag, vandaag was dag 0.

-------------------------------------------------------------------------------

Maandag 30 juni 1997

Bilthoven – Culemborg 30 km (53 km)

Vandaag vroeg, goedgemutst en droog vertrokken. Zo'n eerste keer inpakken valt niet mee, er komt wat tactiek bij kijken. Spullen voor onderweg bovenin, spullen voor aan het einde van de dag onderin. Het lukt (natuurlijk) en ik ga op weg naar de Sint Jacobskerk in Utrecht, de eerste Jacobskerk op de weg. Tegen negen uur word ik door de koster ontvangen en krijg een rondleiding door de met vele Jacobsschelpen gedecoreerde kerk. Lekker rustig hier, zelfs middenin de stad. De koster ontvangt hier met regelmaat pelgrims die een stempel willen. Voor twee weken terug zijn er bijvoorbeeld twee mensen op de fiets geweest die de tocht in etappes gaan doen.

Op de Oude Gracht kom ik een (vermoedelijke) zwerver tegen die klagend zitting neemt op een steen. Ik vraag of het een beetje gaat. ‘Pijn in me kuiten, tering. Ik heb er al 30 kilometer op zitten'. Best dapper, aangezien hij op slippers loopt en in zijn buik heeft zitten wat ik aan gewicht in mijn rugzak meedraag.

Via Houten en strekdorp Schalkwijk (inderdaad uitgestrekt) steek ik met de pont de Lek over naar Culemborg. Ik heb het wel even gehad en heb zin in eten. Mijn voorraad is op, incluis mijn water. Ik eet een lekkere uitsmijter in het plaatselijk Grand Café. Het is niet ‘je dat' om alleen uit eten te gaan, maar het is makkelijk en de komende tijd niet anders. Ik zorg altijd dat ik wat te lezen bij me heb, dat scheelt een hoop gestaar.

Na de late lunch loop ik een klein stukje terug om naast de pont mijn kampement op te slaan op de stacamping. Er is bijna niemand, maar dat maakt me niet uit. Een stacamping wordt nooit gezellig voor een kampeerder. Even warm gedoucht, boodschapjes gedaan en later weer gegeten. Al met al misschien een beetje teveel gelopen vandaag. Heb een klein beetje last van pijnlijke voeten en mijn kleine tenen. Daar heb ik eerder last van gehad tijdens Vierdaagsen. Meestal een teken van te weinig ruimte in de schoenen. Morgen naar Den Bosch moet kunnen, ook met deze voeten.

Liggend in mijn tentje aan de oever van de Lek realiseer ik me dat ik even aan niets denk. Dat is ook wel eens lekker, kan ik iedereen aanraden. Voor morgen neem ik me voor iets meer rust onderweg te nemen, ook om zo meer van de omgeving in me op te kunnen nemen.

-------------------------------------------------------------------------------

Dinsdag 1 juli 1997

Culemborg – Den Bosch 32 km (85 km)

Om half acht in de morgen word ik uitgeleide gedaan door een haag van marktkramen. Dat is voorlopig het aardigste dat ik zie. De weg van Utrecht naar Den Bosch is geplaveid met spoor en snelweg, waarlangs de route zich vandaag aftekent. Saai, saai, saai. De brug bij Zaltbommel, de brug bij Hedel, een dooie koe in de berm. Die zat het ook al niet mee.

Met de voeten gaat het gemiddeld goed. Rechts prima, links pijn voor twee. Bij Meteren heb ik een zwaar stuk, wat ik in Waardenburg goedmaak met een kop koffie en een tosti. Het saaie stuk vervolgt zich, Den Bosch nadert. Ik bezoek de Sint-Jan. Een on-Nederlands groot bouwwerk dat indruk op mij maakt. Hier zal ik er nog wel een paar van tegenkomen onderweg. Ik krijg van de koster een stempel en van wat bezoekers veel devotie en geluk toegewenst en laat de indrukken en kracht van dit bouwwerk een tijdje op me inwerken. Ik val schijnbaar op met mijn rugzak in de kerk.

Eigenlijk wil ik mijn weg vervolgen naar een camping nog vijf kilometer verderop, maar besluit toch maar bij het Sint-Janscentrum (seminarie) in de stad aan te bellen. De dienstdoende zuster is in vertwijfeling. Ze wil me wel onderdak verlenen, maar mag daar zelf geen toestemming voor geven. Precies op het moment dat ik zeg dat ik nog wel even vijf kilometer verder wandel, barst er een onweersbui los. Dat geeft haar het duwtje in de rug om de rector te bellen, die haar toestemming geeft. Ik mag hier blijven vannacht.

Ik neem mijn intrede in een van de logeerkamers van het oude betegelde gebouw en eet een eenvoudige broodmaaltijd mee. Er zijn maar een paar mensen aanwezig, het is vakantie. De pater, de rector, een zuster en enkele studenten. ‘s Avonds kijken we tennis op tv en krijg ik een rondleiding door het voormalig klooster, tegenwoordig Sint-Janscentrum. Het gebouw straalt een serene rust uit, hoewel het middenin de stad ligt. Er wordt voor morgen een bezoek geregeld aan de achtergelegen Sint Jacobskerk en daarvoor een ochtendmis gewijd aan de pelgrim, ik dus. Da's leuk, toch nog een kerkelijk uitgeleide.

Ik vrees trouwens dat mijn schoenen tóch iets te klein zijn. Na één vierdaagse en vele andere trainingskilometers is dat een opmerkelijke conclusie. De topjes van mijn tenen worden een beetje gevoelloos en dat is geen goed nieuws. Eerst maar een nachtje slapen en morgen zien we wat we ermee doen.

-------------------------------------------------------------------------------

Woensdag 2 juli 1997

Den Bosch – Westelbeers 31 km (116 km)

De dag begint als afgesproken, met een pelgrimsmis ter ere van Sint Jacobus. Met twee zusters, twee studenten, een priester, de pater en de rector bevind ik me in goed gezelschap. Het is bijzonder (op z'n minst) om centraal te staan in deze mis. Hij begint pas echt als ik denk dat we al klaar zijn, het was pas het ochtendgebed. Heiden.

Ik doe me tegoed aan een ontbijt van yoghurt met muesli. Het is prettig om eens normaal op een stoel aan tafel van een bord te ontbijten. Normaliter is het al lopende ontbijten en voor het avondeten gezeten op de grond uit de pan happen.

Navolgend lopen Marc (een student), de rector en ik naar de Sint Jacobskerk, waar de koster ons ontvangt. Deze kerk is pas in 1905 gebouwd. In de andere Sint Jacobskerk elders in de stad zit nu de gemeentelijke afdeling Bouwhistorie Archeologie en Monumenten. Ik krijg een stempel en foto van Sint Jacobus en hoor dat er op 19 oktober een bijeenkomst is van Santiagogangers. Mijn naam en adres worden genoteerd in het pelgrimsboek en ik word als het zover is uitgenodigd. Dit jaar zijn er al 25 mensen langs geweest voor een stempel, tegen 24 over het hele vorige jaar. Ik krijg van Marc (priester in opleiding) een rozenkrans en het Nieuwe Testament. Ik weet niet of dat boven al het andere ook aan mij besteed is, maar het is een mooi gebaar.

Nadat ik afscheid heb genomen wandel ik naar de plaatselijke buitensportzaak waar ik dezelfde Meindls koop, maar dan 1 maat groter. Na verloop van tijd blijkt het leer van de schoen in te kunnen vallen, waardoor de tenen in de knel kunnen komen. Dat blijkt. Tóch heb ik met succes vele honderden kilometers gelopen op deze schoenen. Nu nog even inlopen, kilometers genoeg te gaan. Ik ben benieuwd.

Onder Den Bosch is de bebouwing wat onregelmatig. Met moeite weet ik mijn plaats te bepalen op de kaart. Het blijkt dat ik laat vetrekken niks vind, word er een beetje onrustig van zelfs. Liefst ben ik rond de middag al ver over de helft. Psychisch gevalletje, want ik heb tijd zat. Overweging uit praktisch oogpunt kan zijn dat je bij vroege aankomst en vroeg vertrek voldoende tijd hebt om te herstellen en dat het vaak pas om 3 uur in de middag gaat regenen. Dan is het prettig als je nog maar een klein stukje hoeft.

Op mijn tandvlees bereik ik Westelbeers, natuurlijk in de regen. Ik heb even nergens zin in, maar toch kook ik en ga net voor het donker slapen.

-------------------------------------------------------------------------------

Donderdag 3 juli 1997

Westelbeers – Rouw (B) 30 km (146 km)

Vandaag heb ik wat moeite met opstaan. De gedachte dat ik mijn oude schoenen en wat losse spullen vanuit Bladel naar huis ga sturen doet me actie ondernemen. In Bladel regel ik even het een en ander. Fourageren voor een tocht door het bos, eten, krantje lezen op het plein in de zon, kaartje sturen naar huis en mijn schoenen opsturen (toch 3 kilo). Dat scheelt, er blijft genoeg te dragen over, daar moeten de schouders nog even aan wennen.

Na Bladel duik ik het bos in en ongemerkt passeer ik de grens met België. Ik heb het even lastig, saai stuk langs de snelweg en zere voeten. Middenin het bos kom ik bij de abdij van Postel. Een mooie plek, met veel toeristen. In de mooie kapel, sober en enorm stil, ontsteek ik een grote noveenkaars om mij voorspoed en geluk te brengen voor de tocht. Ik neem een paar minuten voor mezelf in de kapel en bel daarna aan bij de abdij met het verzoek om een stempel. Na een paar minuten wachten in een mooie antieke kamer meldt iemand me dat er geen broeder te vinden is die mij een stempel kan geven. Hij geeft me een droogstempel, ook mooi.

Even hou ik halt op een terrasje en ontlok verbazing als ik zeg dat ik naar Santiago de Compostella onderweg ben. Die verbazing blijft. Ik ben er echter nog niet. Zeggen kan iedereen, doen is wat anders.

In het bos verderop eindigt mijn dagtocht op een camping waar ik door drie jongens word uitgenodigd deel te nemen aan hun avondmaal van kalfsragout met bami. Verzin het maar. Daarna verder. Tentje opzetten, de was doen, douchen. Ik ben er maar druk mee.

-------------------------------------------------------------------------------

Vrijdag 4 juli 1997

Rouw (B) – Diest (B) 27 km (173 km)

De dag begint bijzonder slecht. Na 1,5 kilometer moet ik mijn rechtervoet uit de schoen halen. Kramp door een verkeerde loophouding en een ontzettende pijn vanwege … de blaar onder mijn kleine teen. Positief punt is wél dat ik links geen last meer heb, dat is nu een en al eelt. Ik realiseer me dat de reis en speciaal vandaag, niet in het teken van ‘de teen' moet komen te staan. Vooralsnog is het wel mijn grootste probleem. Op een dag zal het over zijn, als 't maar niet op de laatste is.

In Balen stap ik een bakkerijtje binnen waar net de croissants uit de oven komen. Dat smaakt, lopend ontbijt. Even verderop in Olmen beschikt men over een heuse dierentuin. Ook de zebra's kijken op als ik langsloop, net koeien. Lopend in het bos word ik weer wat onrustig als ik merk dat de betonplaten waar ik op loop genummerd zijn. Ik ga stappen tellen per plaat en vermenigvuldigen met het nummer van de plaat, als dat afloopt. Zover nog tot het eind van de weg …

Bij een sluizencomplex in het Prins Albertkanaal hou ik even pauze. De pijn is niet meer te houden. Ik bedenk me dat deze reis gaat om de intentie, het beleven, het halen. Het gaat niet om de snelheid en niet om het volbrengen met de blik op oneindig en het verstand op nul. Zo mis je het onderweg zijn. Morgen maar een rustdag dan en eens even goed nadenken over het vervolg.

Ik overnacht in Den Drossaard, de jeugdherberg in Diest, alleen op een vierpersoonskamer. Naar later blijkt met nog slechts twee anderen in de herberg. Ik geniet van een fijne lasagne in de lokale taveerne 't Haaske, waarna ik met angst en beven in mijn schoenen kijk. Wonderwel ziet het er beter uit dan het voelt. Tijd om te gaan slapen, blij dat ik lig.

-------------------------------------------------------------------------------

Zaterdag 5 juli 1997

Rustdag Diest (B)

Vandaag maar eens een dagje niks. Na het ontbijt met de twee anderen wandel ik de stad in, me realiserend dat de pijn snel toeneemt. Zittend op een terrasje in de zon laat ik het even tot me doordringen. Ik laat me niet op mijn kop zitten en probeer te een oplossing te vinden bij een podoloog. Helaas is die tot 1 augustus op vakantie. Vier kilometer verderop in een buitensportzaak bieden ze me een inlegzooltje. Deze hebben ze helaas niet in xxl, de maat van mijn zevenmijlslaarzen. Teruglopend voel ik dat het al beter gaat, als ik me maar niet zo focus op mijn voet en het gevoel.

Ik verdiep me wat verder in Diest. Het blijkt de plaats met de hoogste dichtheid aan monumenten in heel België, met prachtige kerken en een schitterend Begijnhof met boven iedere deur een heiligbeeld. Ik lijk wel een zwerver. De hele dag ronddwalen in de stad met mijn hebben en houwen in een Albert Heijn-tas. Met dien verstande dan dat ik regelmatig een terrasje pak. Mijn avondeten bestaat alweer uit pasta, ditmaal spaghetti. Twee colaatjes erbij en mijn energiehuishouding is weer op peil voor een paar dagen lopen. De mevrouw van de jeugdherberg maakt mijn ontbijtpakketje voor morgen klaar. Da's erg vriendelijk. Kan ik vroeg weg en weer lopend ontbijten.

-------------------------------------------------------------------------------

Zondag 6 juli 1997

Diest (B) – Tienen (B) 27 km (200 km)

Ik word wakker zonder veel zin om te lopen, angstig voor hoe mijn voeten zich houden. De beste oplossing is echter rustig doorlopen, die blaren zullen wel weg gaan op den duur. Klok zeven uur gaat de herbergdeur van het slot en wandel ik Diest uit. Leuk plaatsje, moet ik ooit weer langs. De wereld staat op terwijl ik door het glooiende akkerlandschap loop, vogels, koeien, mensen, de zon.

Lopende vraag ik me af op het leuk zou zijn om een soort thema voor de tocht te bedenken. Iets wat interesse wekt en steeds weer terugkomt. Daar kan ik dan iedere dag even mee bezig zijn, een lekkere onderbreking van de dag. Misschien de vereringen en gedenktekens langs de weg. Vereringen in de vorm van wegkruizen. Hiervan ben ik er meerdere tegengekomen, soms ook ter nagedachtenis aan gevallenen in oorlogen. Op een kruising van twee uitgesproken verlaten en dichtgegroeide landweggetjes houd ik halt bij zo'n wegkruis. Bij het in vervallen staat verkerende huisje met beelden erin staat een bankje waarop ik mijn ontbijt nuttig. Een halve liter yoghurt. Scheelt weer in de rugzak.

De kortste weg tussen twee wat grotere plaatsen (als Diest en Tienen) is meestal een wat grotere weg. Om die een beetje te omzeilen loop ik soms wat kilometertjes om. Dan loop ik in ieder geval de kans om door een inspirerende en aansprekende omgeving te lopen. Op mijn zoektocht naar een leuk weggetje houdt deze er ineens mee op. ‘Staat niet op de kaart'. Het was me wel al opgevallen dat er meer wegen zijn dan op de kaart staan, maar die variant is minder erg. Dit is even lastiger. Ik besluit tóch door te lopen en beland op iets dat op een pad lijkt, erg modderig, door een bos. Ik volg een tijdje de afrastering en wandel zo het bos weer uit. Aangezien ik niet van teruglopen hou blijf ik doorwandelen en vind mezelf vrij snel weer terug op de kaart, redelijk op de route.

Om half twee ben ik in Tienen en ik loop wat rond. Vijf uur gaat de jeugdherberg open, eerst even eten dus. Anderhalf uur terras later en een spaghetti rijker ga ik weer verder. De kerk aan het plein is toevallig open en ik haal een stempel, terwijl achter mij de deuren sluiten. Mooi op tijd. Ik wandel ook nog even naar de andere kerk en twee stempels en wat gelukwensen rijker stap ik naar de jeugdherberg. Een Berlagiaans gebouwtje met 24 bedden, waarvan 3 beslapen. Één door mijzelf en twee door de uitbaatster en haar dochtertje. Lekker rustig. Ik plan wat aan de route na eerst lang geslapen te hebben.

In de avond ga ik weer even op pad, even langs de Sint- Germanuskerk. Een vrij sobere kerk met weinig ornamenten, slechts enkele beelden in de zijbeuken maar prachtige glas-in-loodramen en veel rust en stilte.

Alweer op een terrasje gezeten geniet ik al rondkijkend van een cappuccino. Er zitten heel wat gezellige stellen om me heen. De een zit te slapen, de ander tracht zich te amuseren met zichzelf. Een ander zit te bellen terwijl de partner verveeld om zich heenkijkt. Heb ik geen last van. Soms is het jammer om niemand te hebben om de ervaringen van de reis en indrukken mee te delen. Tegelijk is het prima dat ik alleen ben, alles zelf moet doen en vooral geen rekening hoef te houden met een ander. Als ik het zelf niet doe gebeurt er niks. Ik moet voortdurend pro-actief zijn. Verzaak ik dan heb ik daar alleen zelf last van, en goed ook.

-------------------------------------------------------------------------------

Maandag 7 juli 1997

Tienen (B) – Aische en Refail (B) 30 km (230 km)

Tot mijn vreugde doet mijn rechtervoet nu ook veel minder pijn dan gisteren. Dat geeft hoop op betere tijden en een minder pijnlijk vervolg van de reis. Al rap ben ik in Hoegaarden, pelgrimsoord voor de bierdrinker, waar ik de plaatselijke patissier binnenstap voor een verse croissant. De twee aanwezige dames achter de toonbank slaan steil achterover als ik ze vertel dat ik helemaal alleen onderweg ben naar Spanje. Ze geven me 100 frank en het adres van de patisserie met het verzoek een kaartje te sturen als ik in Santiago ben. Dat zal ik zeker doen. Even verderop, goedgemutst door het gelegde contact, kijk ik even vreemd op als een meneer de lokroep van een goudgeile fazant staat na te doen. Dit blijf ik horen tot ik buiten gehoorafstand ben. Waarschijnlijk staat ie daar nu nog. Leuk plaatsje, dat Hoegaarden.

Via een drukke provinciale weg stap ik op een kasseienweg het land in. Weg van de herrie en de drukte. Loopt niet echt plezant, maar wel in rust. Het is echt een vreselijk verlaten landweggetje, waar al eeuwen niemand geweest is. Ik zie enkele konijnen voor me wegschieten en op afstand twee herten. Voor het eerst heb ik een gevoel van ‘tijdloosheid' en geen idee hoe laat het is. Dat bevalt me wel. In het midden van deze rust sla ik even kamp op om mijn voeten te luchten en wat te eten.

Mijn weg vervolgend kom ik in een bos terecht waar al het recent gevallen water nog op de weg ligt. Tijd om de broek te wassen vanavond. Dit is vast en zeker de kortste weg naar Namen en nog avontuurlijk ook, doorgaan dus.

Op de kasteelcamping van Aische en Refail zit ik met mijn krant een uur op een terrasje en zet daarna pas de tent op. Ik ben in gezelschap van een vrolijke Belg Hans, die poogt in 8 dagen van Oostende naar Innsbruck te fietsen. Vandaag 260 kilometer gedaan. Dat is ambitie! De avond samen gegeten in het restaurant en nog even zitten nakeuvelen. Aardige vent met aan de basis dezelfde ambitie en interesse in sport. Iets anders ten aanzien van de uitvoering alleen. Hij heeft namelijk alles reserve bij zich, in totaal zo'n 40 kilo (!) aan bagage. Dit met de gedachte dat ik zojuist nog wat spulletjes heb gevonden die ik terugstuur, waaronder de radio. Toch weer een kilootje denk ik. Veel minder kan nu niet meer.

-------------------------------------------------------------------------------

Dinsdag 8 juli 1997

Aische en Refail (B) – Anhee (B) 42 km (272 km)

Extreem vroeg wakker geworden, gelijk met de natuur. Luid gekwetter van vogels en geloei van koeien maakten verder slapen onmogelijk en om 6u15 ben ik al aan de wandel. Door een in nevelen gehuld landschap baan ik me een weg naar Namen. Al lopende wordt de wereld steeds groter. Bijkans tot Namen is het 15 kilometer vals plat, om vlak voor Namen weer enorm af te dalen. In Namen zoek ik de kathedraal weer op, op zoek naar een stempel. Met wat moeite weet ik iemand te vinden en ik krijg er eentje. Stempels verzamelen is geen doel op zich, maar het brengt me wel op andere plekken en zo ontmoet ik nog wat mensen.

Na wederom wat spullen te hebben teruggestuurd en koffie te hebben gedronken, strijk ik neer op een terrasje om wat kaarten te sturen. In de zon aan een cappuccino is het best te doen. Ik vervolg mijn weg langs de oevers van de Maas. Jammer genoeg kan ik niet strak langs de Maas lopen, er loopt nog een spoorlijn. De weg is niet echt druk, maar het is wel oppassen met al die bochten. Ik blijf vooral links lopen behalve als dat de binnenbocht is, dan steek ik op tijd even over. Zo steek ik aardig wat keren de weg over vandaag.

Na een aardig aantal kilometers eindig ik op alweer een gezellige stacamping in Anhee. Morgen passeer ik de 300 kilometergrens en de grens met Frankrijk. Op een punt waar Frankrijk hoog België insteekt, maar het is wel de grens met Frankrijk. Vroeg weer op, vroeg naar bed. Even naar huis gebeld, dat deed me goed. Ik vermaak me prima, maar het is fijn om iets vertrouwds te horen van thuis.

-------------------------------------------------------------------------------

Woensdag 9 juli 1997

Anhee (B) – Vireux Molhain (F) 43 km (315 km)

Snel ingepakt en met goeie zin weer op weg om 06u15. Vlak na Anhee snel een pittig klimmetje. Anhee ligt aan de Maas en dus is het even klimmen ‘het land op'. Een prachtig pad leidt me boven het in nevelen gehulde Maasdal. Er is veel begroeiing waardoor ik tot aan mijn knieën nat ben. Met de stok in de hand houd ik me staande op het oneffen pad. Dezelfde stok die ik gebruik om een foto van mezelf te maken, nu als statief gebruikt. Het scheelt trouwens aardig in gewicht als de stokken niet achterop de rugzak hangen, bij elkaar gauw een halve kilo.

Zo sjok ik door het prachtige landschap terwijl in mijn hoofd dat mooie eerste nummer van het concert van Joe Cocker klinkt ‘In my mind we can conquer the world'.

Ik daal weer af naar de Maas en tank water bij op een kerkhof, voordat ik voor 10 kilometer de Ardennen in verdwijn. Achterdochtig vraagt iemand mij wat ik daar doe. ‘Naar Santiago lopen natuurlijk', logisch.

Op advies van een aanwonende neem ik een wandelpad dat strak langs de Maas loopt, op het niveau van de Maas. Staat niet op de kaart maar absoluut de moeite waard én vlak. Ik kom een merkwaardig watervalletje tegen. Langs een sculptuur van klei druppelt water van de heuvel af de Maas in. Even verderop vlak na een barrage is me duidelijk waarom dit pad niet op de kaart staat, hoewel het volgens de aanwonende tot aan Givet in Frankrijk loopt. Het pad vermengt zich met Maaswater en wordt steeds drassiger. Om de zoveel tijd ligt er een boom op het pad en verderop beland ik in manshoge brandnetels en enkeldiepe modder. Als ik even later ook nog over een grote omgevallen boom moet klauteren en vervolgens over een aangespoelde boot, wordt het me wat te gek. Ik besluit de eerstkomende mogelijkheid te benutten om dit aardige pad te verlaten.

Toevallig is er juist daarna ooit een trappenconstructie tegen de heuvel aan gebouwd. De constructie is van beton en stalen leuningen in een wat gammele staat, waarlangs vast al menig toerist naar de oever van de Maas is afgedaald en weer opgeklommen. Als ik niet te hard aan de leuning trek dan houdt deze constructie mij nog wel. Bovenaan kom ik middenin een voornamelijk door Hollanders bevolkt vakantiepark uit, waar ik vrolijk met mijn rugzak doorheen wandel. Het pad schoot al met al niet zo erg op, maar was wel mooi om te lopen.

Vlak voor Givet lucht ik mijn voeten even op een veldje langs de Maas. Soms ben ik er wat huiverig voor om mijn schoenen uit te doen, toch voelen ze daarna altijd weer beter aan. Blijven doen dus. Aangekomen in het Franse Givet pak ik een terrasje, stuur een kaartje, wissel mijn Belgisch geld voor Frans, rommel een beetje aan en beleef liefde op het eerste gezicht met een meisje van de plaatselijke VVV. Helaas weet ik al waar ik heen moet, anders had ik een mooie openingszin gehad.

Zou het mogelijk zijn nog 10 kilometer verder te lopen naar Vireux Molhain? Ik heb er al 33 opzitten nu. Als dat lukt neem ik me voor vrijdag een rustdag te nemen in Charleville Mezieres. Weliswaar een grote stad maar misschien wel gezellig om een dagje te verblijven. Na ampel beraad wandel ik dus verder en kom, langs de snelweg lopend, uit op een camping waar ik niet kan betalen, bij gebrek aan een kassier. Dan maar een nachtje op kosten van de baas slapen. Toch wel ver, 43 kilometer. Morgen nog iets meer dan.

-------------------------------------------------------------------------------

Donderdag 10 juli 1997

Vireux Molhain (F) - Charleville Mezieres (F) 50 km

(365 km)

Vandaag om 5u00 op met het ambitieuze plan om de 50 kilometer naar Charleville Mezieres te gaan overbruggen, om aansluitend een rustdag te nemen. Om 5u45 aan de wandel, met het niet erg aanlokkelijke idee van 28 kilometer over een weg door het bos met slechts één plaatsje onderweg, na 10 kilometer. Tóch goedgemutst begin ik de klim en 2,5 uur later foerageer ik in Hargnies. Ontbijtje op het plein, water inslaan en ik ga weer. De zon staat al aan de hemel en is net als ik al helemaal wakker. Het is warm en ik loop op asfalt, zo kleur ik nog een beetje bij.

De weg lijkt een eindeloze hoogvlakte. Ik zing wat Clouseau en Joe Cocker, denk wat en loop veel. Wat een lange saaie weg. Uiteindelijk kom ik aan in Monthèrmé en hou halt vlak voor de plaatselijke camping, een erg leuk stekje aan de Maas. Zal ik 20 kilometer doorgaan of stoppen en kamp opslaan? Om 13u15 vertrek ik weer om de 50 compleet te maken. Onderweg gaat het moeilijk. Blijkbaar ben je een keertje uitgelopen en dat moment is nu ongeveer aangebroken. Ik hou mijn energie op peil en onderbreek de sleur van het wandelen door overal waar mogelijk lekkere broodjes te halen.

Enige tijd moet ik langs een drukke weg door de berm lopen. Altijd lastig, aankomen bij en weggaan van een drukke stad. De volgende keer moet ik dat beter proberen te plannen. Uiteindelijk kom ik op de stadscamping uit, na wat eten en drinken te hebben gehaald. De camping is met z'n 10 gulden voor 2 nachten erg goedkoop en erg dicht bij de stad gelegen, op een eilandje in de Maas. ‘s Avonds word ik door een stel Nederlanders op doorreis, sleurhut nog aan de auto, uitgenodigd voor een maaltijd bami. Dat gaat erin, evenals een goed gesprek.

Als ik na het eten even twee uur ga liggen hoor ik mijn spieren aan alle kanten kraken. Dat voel je wel, als je zo ineens stil ligt te liggen. Ik zorg ervoor dat ik voldoende eet en drink en dat ik niet teveel afkoel. Zo kan ik het best herstellen van deze inspanning. In de nacht heb ik wat moeite met slapen, omdat ik mijn benen niet goed kan strekken. Ik ondersteun ze met mijn rugzak. Beetje vreemd, maar wel lekker. Al met al heb ik een voldaan gevoel over deze wat té lange dag.

--------------------------------------------------------------------------------

 

 

naar hoofdpagina Santiago de Compostela

Naar volgende deel

Erdman Schmidt Lieveheersbeestje. Eigenlijk een kindertentje, maar met z'n 1,5 kg (exclusief stok) een superlichte dubbeldakstent waar ik alleen prima in pas. Als tentstok gebruik ik mijn wandelstok en de haringen zijn motorspaken. Sterk en licht.

Erdman Schmidt heeft later dit tentje in de markt gezet als Pelgrimstentje, ook in een vorm met schaapskooiluifel en als enkeldakstent.

Stempel Sint Jan Laren ( NL)

"U, die over de wereldwegen tot aan het verre Finisterre bent gegaan om de volkeren het evangelie te verkondigen; en die, sinds uw heuligbrengend avontuur, de schreden van de christenheid hebt willen leiden naar uw heilig graf, haar de weg gewezen hebt door een schitterende ster en haar beschermd hebt tegen de gevaren van de oude wegen, leid en bescherm deze pelgrims van vandaag, die, door, 'n zelfde gevoel aangespoord, zich op weg begeven om uw relieken te vereren.

Laat hun reis naar Compostella vol vreugde zijn en mogen zij weer thuis komen met 'n gezond lichaam en 'n ziel die door uw vurig geloof sterker geworden is.

Wij vragen u eveneens, Heilige Jacobus, dat de bedevaartroutes geheel in het teken mogen staan van de naastenliefde."

Stempel Namen
Download hier de onderstaande tekst in een PDF-document.

De Sint-Germanuskerk te Tienen is een Neoromaanse kerk , oorspronkelijk uit de 12e eeuw.

stempel Tienen

In de kerktoren hangt de originele beiaard van Willem Witlockx ( 1723 ). In haar huidige versie is deze beiaard met haar 54 klokken één van de grootste van het land.

De Sint-Aubankathedraal in Namen is de hoofdkerk van het Bisdom Namen . De bouw ervan begon in 1751 en werd in 1767 beëindigd. De kerk werd ingewijd op 20 september 1772 . De patroonheilige is Albanus van Mainz .
Boot aan de Maas
Stempel Charleville-Mezieres

Charleville-Mézières is een stad en gemeente in het noordoosten van Frankrijk . Het is de prefectuur van het departement Ardennes . Het aantal inwoners in 1999 was 55.490. De stad ligt aan de Maas .

Charleville-Mézières is een dubbelstad, bestaande uit de delen Charleville en Mézières. De gemeente Charleville-Mézières ontstond in 1966 , toen vijf gemeenten die samen een agglomeratie vormden werden samengevoegd. Deze gemeenten waren: Charleville, Étion, Mézières (voormalige prefectuur), Mohon en Montcy-Saint-Pierre. In 1965 was de gemeente Le Theux al toegevoegd aan Mézières.

Mézières is de oudste van de twee steden. Het was in de Gallo-Romeinse tijd bekend als Maceriae . In de Middeleeuwen werd Mézières een belangrijk economisch centrum. Vanaf de 16e eeuw werd de stad ook op militair gebied belangrijker en werden de al bestaande vestingwerken gemoderniseerd.

Charleville werd in 1606 gesticht door hertog Carlo I Gonzaga op de plaats van het gehucht Arches. De nieuwe stad kreeg een plattegrond met rechte straten en een centraal plein, het Place Ducale. Al snel werd Charleville het nieuwe economische centrum van de Ardennen. Tegenwoordig is Charleville ook een belangrijke toeristentrekker, niet alleen vanwege de bijzondere aanleg en de vele fraaie gebouwen, ook de aan Arthur Rimbaud herinnerende plaatsen trekken veel 'Rimbaldiens' ofwel Rimbaudfans naar de door deze dichter zo gehate stad.

Het seminarie werd in 1987 gesticht door Johannes ter Schure ( bisschop van 's-Hertogenbosch van 2 februari 1985 tot 29 augustus 1998 ). Dit was nodig gebleken nadat de theologische faculteiten van de universiteiten van Tilburg en Nijmegen weinig priesters voortbrachten.

Het Sint-Janscentrum is gevestigd in een monumentaal pand (het voormalige fraterhuis ) uit 1928 en ligt vlak achter de Sint-Janskathedraal aan de Papenhulst in 's-Hertogenbosch . Het pand is ontworpen door de architect Jos Duijnstee .

 

De zon gaat stralend op en stralend onder 
De aarde voedt de dieren en de mensen 
Het leven biedt ons al wat we maar wensen 
Nóg geloven wij niet in het wonder 
Vandaar altijd en overal dat gedonder 
Jules de Corte