Charleville Mezieres (F) - Vézelay (F)
13 dagen / 11 juli 1997 - 23 juli 1997 / 335 km / 700 km totaal
Ramerupt is een gemeente in het Franse departement Aube (regio Champagne-Ardennen ) en telt 365 inwoners (2005). De plaats maakt deel uit van het arrondissement Troyes .
Quatorze Juillet (in het Frans : Fête nationale) is in Frankrijk de jaarlijkse nationale feestdag ( 14 juli ) ter viering van de bestorming van de Bastille -gevangenis in 1789 waarmee het begin van de Franse revolutie werd ingeluid. Formeel is dat niet helemaal juist: men viert de eerste verjaardag van de bestorming van de Bastille, het feest van de Franse federatie. Dat was een patriottisch feest op 14 juli 1790 om de eenheid van Frankrijk te benadrukken. Het gevoel van vaderlandsliefde kon na het debacle van de Frans-Duitse Oorlog (1870-1871) wel een oppepper gebruiken.
Quatorze Juillet wordt in Frankrijk traditioneel gevierd met veel vuurwerk , vaak op de dag zelf, maar soms ook op de voorafgaande avond. Het gaat daarbij om professioneel geregisseerde shows. Zelf vuurwerk afsteken, zoals in Nederland met Oud en Nieuw, gebeurt slechts zeer beperkt. Er zijn vaak talloze festiviteiten. Op de ochtend van de 14e juli wordt begonnen met een grote militaire parade op de Champs-Elysées ten overstaan van de zittende president van de republiek.
-------------------------------------------------------------------------------
Vrijdag 11 juli 1997
Rustdag Charleville Mezieres (F)
Vandaag een beetje in de stad rondgewandeld, waar ik even niet anders weet te doen dan rondhangen. De terrasjes nodigen me niet uit. Dat is wat onhandig want ik heb ook niet veel zin om te gaan koken. Als je in afwachting bent van wat anderen naar je toe zullen gaan ondernemen kan je je aardig alleen voelen, zo blijkt. Zélf actie nemen dus.
-------------------------------------------------------------------------------
Zaterdag 12 juli 1997
Charleville Mezieres (F) – Attigni (F) 46 km (411 km)
Net zo lastig als een grote stad inlopen is het om eruit te komen. Deze weg loopt via een terrein met grote winkels en industrie. Ik weet het toch weer te vinden en even later loop ik weer door het gemoedelijke plattelandse Frankrijk. De zon staat vandaag al hoog aan de hemel en klimt hoger en hoger. Het is ontzettend warm. Als ik even later een tijdje stilsta merk ik dat het weglopen niet al te makkelijk gaat. Mijn schoenen plakken aan het asfalt vast.
In een dorpje spreek ik een op haar terrasje zittende mevrouw aan, vraag haar wat water en krijg gelijk een colaatje. Ik ben inmiddels al enkele dorpjes doorgewandeld zonder een winkeltje tegen te komen.
Het blijkt dat de afstand tot de camping in Attigny aanzienlijk is, 46 kilometer. Eerst maar eens wat boodschappen doen, anders komt daar vast niks meer van. Bij de dame van de camping informeer ik naar overnachtingsmogelijkheden tussen hier en Chalons sur Marne. Bij bestudering van de kaart blijken er grote, afgesloten, militaire oefenterreinen te liggen tussen hier en Chalons. Dat gegeven maakt me wat ongerust. Het is en blijft aardig om te weten waar je precies heengaat. Misschien moet ik via Reims gaan, maar of dat duidelijkheid biedt weet ik niet.
------------------------------------------------------------------------------
Zondag 13 juli 1997
Attigni (F) – Sommepy-Tahur 36 km (447 km)
Na een wat onrustig nachtje weet ik het weer. Ik vervolg mijn geplande route via Chalons sur Champagne, om 06u30 ben ik op weg. Tot mijn verbazing is de lokale bakker al open en ik geniet als ontbijt al lopende van mijn 2 croissants aux beurre. In de mist loop ik het Franse land in, redelijk vlak en dus vrij snel. De klok slaat 8 als ik in Saulces Champagnoises binnenloop. Het is zondag en er zijn er maar weinig die zich al op straat vertonen. Ik ben er zo weer uit.
Het loopt prettig, zonder al teveel auto's. In de wijde omtrek zie alleen maar akkerland en de weg. Heel in de verte hoor ik een koe en ook een auto. Hoog boven mij zoemt een vliegtuig. Hier ben ik alleen. Als ik het even lastig heb zing ik weer Clouseau en Joe Cocker. Niemand die me hoort.
Een onbehaaglijk gevoel blijft bij me in de wetenschap dat het nog onbekend is waar ik vannacht zal gaan slapen. In Suippes is er, behalve een kazerne vol militairen, ook een Eglise de St Jacques. Dat geeft hoop …
Onderweg kom ik aardig wat wegkruisen tegen. De ene heel sober, de ander veel uitbundiger. Ik kom een Amerikaans monument tegen, ter nagedachtenis aan de Eerste Wereldoorlog. Een enorme stenen kolos waarin je omhoog kan lopen. Dat doe ik dan ook, met rugzak, om bovenop van het uitzicht te genieten. Prachtig en wijds. Even verder zie ik Sommepuy al liggen. Tot daar gaat de reis vandaag, naar het plaatselijke hotel. Dat is ook wel eens aardig om te doen, lekker luxe. Bij aankomst blijkt het hotel gesloten te zijn, vanwege de feesten voor 14 juli. Vandaag is het de 13 e , feesten begint vanavond al. Als ik zeg dat ik te voet op reis ben krijg ik toch een kamer, met beperkte service. De waardin zegt me dat hier eergisteren een man heeft overnacht die ook te voet naar Santiago onderweg is. Misschien kom ik hem nog ergens tegen.
Vandaag is het echte grote feest van Quatorze Juillet. De gastvrouw van het hotel heeft een barbecue georganiseerd voor de mensen in het dorp, inclusief “ l'etrangee”, c'est moi. Na een tijdje word ik aan een tafel met (natuurlijk) Fransen uitgenodigd. Lastig te volgen, al dat gekwaak door elkaar. Deze meneer spreekt wat Duits, een overlevering uit de Eerste Wereldoorlog toen dit Duits gebied was en vanwege het feit dat hij voorzitter is van de stichting die men is aangegaan met een Duitse zusterstad. Al met al wordt het een aardige avond. Leuk om eens mee te maken wat 14 juli betekent voor de Fransman. Ik ga redelijk laat te bed, de rest gaat vrolijk door.
-------------------------------------------------------------------------------
Maandag 14 juli 1997
Sommepy Tahur –La Chaussee sur Marne 50 km (497 km)
Dat slaapt toch lekker, zo'n bed. Rugzakje klaar, even naar 't toilet, gezicht wassen, appeltje in de hand en gaan. Zo'n kilometer of 13 langs de Route Nationale is normaal geen pretje. Ware het niet dat het vandaag de dag na de dag ervoor is en dat menig Fransman zijn roes uit ligt te slapen. Al wat voorbijraast zijn Belgen die net vakantie hebben gekregen én even op de kalender hebben gekeken. Zo kan je mooi zonder tol te betalen naar Zuid Frankrijk racen.
Het komt wat lastig op gang vandaag. De weg is saai en ik ben moe. Alweer weet ik niet waar ik vanavond terecht ga komen en bovendien is het vandaag echt 14 juli, wat betekent dat vandaag echt alle hotels en winkels dicht zijn. Ik loop aldus van bakker naar bakker en tank water op kerkhoven, die zijn vandaag gewoon open. Joe Cocker wordt weer uitgespeld. De tekst ken ik )inmiddels de tekst die ik denk dat het is' uit mijn hoofd. Ieder saai stuk even zingen, zo zing ik wat af. Ik zit in een streek met ontzettend veel landbouw en heel weinig dorpjes. Dat maakt het met deze hitte extra lastig om water te tanken, al staan de kerkhoven mooi aangegeven op de kaart. Ik neem een extra halve liter mee vandaag.
Mijn linkervoet begint weer wat op te spelen en ik pauzeer een uurtje, mede om de teleurstelling van een dichte deur van de Supermarché te verwerken. Ik heb het tempo er toch aardig in en heb er om 15u al 40 kilometer opzitten. Nog 5 en dan ga ik een plekje zoeken. Mijn allereerste idee is om wild te gaan kamperen. Ik heb al water gehaald in de kwal en wandel het bos in, als het begint te onweren. De laatste 10 kilometer heb ik het lopende voor kunnen blijven, maar nu komt het van de andere kant. Mijn regenpak aantrekkend besluit ik dat het idee van wild kamperen me bij nader inzien niet zo aanstaat. Gewoon een onprettig idee om ergens in mijn uppie te staan, zonder dat iemand daar vanaf weet. Dan toch maar weer 5 kilometer verder naar een hotelletje, wat weer 50 oplevert vandaag.
Veel anders dan een hotel is hier helaas niet, dus ik moet er weer aan geloven. Even in het té korte bad, schrijven aan een tafeltje, slapen in een te kort bed. Weer even gebeld met thuis, fijn om te horen hoe het pa en ma vergaat op vakantie in Engeland.
-------------------------------------------------------------------------------
Dinsdag 15 juli 1997
La Chaussee sur Marne - Ramerupt 52 km (549 km)
Net even na La Chaussee sur Marne overschrijd ik de 500 kilometergrens en wandel ik verder het ‘niets' in. Er zijn hier geen oriëntatiepunten behalve allemaal dezelfde heuvels, dezelfde graanvelden, dezelfde zonnebloemen en de weg. Dit gaat zo wel even duren en ik verlang ernaar in een wat inspirerender omgeving te lopen. Hier te lopen geeft wel een oneindig gevoel van vrijheid, er is niets en niemand om rekening mee te houden. Hier kan en mag alles, al is er niks anders te doen dan te lopen.
Over de volgende heuvel doemt een telecomtoren op, daar ga ik heen vandaag. Hij staat nog wel 30 kilometer verderop. Lopen is wat dat aangaat niet erg makkelijk, het schiet niet zo op. Punten als deze doemen op aan de horizon om daar vervolgens urenlang te blijven. Na het passeren blijven ze je vervolgens urenlang nakijken en lijken je, als aan een elastiek, steeds weer terug te willen trekken.
Als ik uiteindelijk het volgende dorpje nader en ik omkijk zie ik nog steeds de plek waarvan ik 15 kilometer terug vertrokken ben. Vervolgens volgt er om de zes kilometer een dorpje waar ik steeds weer een bakker probeer te vinden. Steeds zonder succes. Ik had daar in de voorraad al rekening mee gehouden, in de vorm van stokbrood. Een paar botervette croissants en chocoladebroodjes doen het goed om op te lopen en aangezien de chocolade smelt waar je bij staat bij 30 graden moeten de broodjes gelijk opgegeten worden en kan ik ze dus niet meenemen. In een dorpje komt toevallig als ik langsloop wél een rijdende Boulanger langs. ‘Kom ik niet bij de bakker, komt de bakker wel bij mij.' Zo kwam er in Nederland een keer een SRV langsrijden toen ik op zoek was naar een winkel.
Enige tijd later passer ik dan de Telecomtoren. Ik kan nog steeds 22 kilometer terug de plaats van vertrek zien. Even later fietsen mij een man en vrouw op de fiets voorbij die hevig remmend tot stilstand komen. Ze vragen of ik toevallig op weg ben naar Santiago. Nou, toevallig wel ja. Zij ook naar blijkt, onder begeleiding van een camper voor de overnachtingen en de spulletjes. Voor hen ben ik de eerste die ze tegenkomen op de weg. Fotootje gemaakt, adressen uitgewisseld en doorgefietst. Die ga ik niet meer terugzien met hun 150 tot 180 kilometer per dag.
Ik ben geen bakker meer tegengekomen en ik ben wel even door het brood heen. Van een Fransman krijg ik een bevroren baguette die ik, nadat die ontdooit is, soldaat maak. Het opstarten na de pauze kost even moeite. Pijn in de linkervoet. Toch ga ik naar Ramerupt, nog 19 te gaan. Er is verder namelijk niet zoveel. Komt ook bij dat mijn contante geld op is. Als er al geen bakkers zijn zal een bank wel helemaal uitgesloten zijn. Hetzelfde geld voor een Gite de France die Visa accepteert.
Uiteindelijk in Ramerupt aangekomen blijkt ook dit verlaten gebied, zonder camping. Ik meld me bij de Mairie en krijg een kampeerplekje voor één nachtje aan de rand van het lokale voetbalveld. Ik haal wat te eten van de laatste centjes en sla kamp op. Ik ben kapot en moet de reis misschien wel wat anders gaan benaderen dan ik nu doe. Het gaat iets te snel zo.
-------------------------------------------------------------------------------
Woensdag 16 juli 1997
Ramerupt – Troyes 32 km (581 km)
Bij het opstarten, na een nacht onder toezicht wildkamperen, verga ik van de pijn in mijn linkervoet. Als ik niet ‘in the middle of nowhere' was bleef ik hier. De eerste 15 kilometer is er weer niets en na 12 daarvan gaan de wandelschoenen uit en de Teva's aan. Op de schoenen lopen is onmogelijk. Zingend en denkend sleurt ik me de kilometers door. De Teva's zijn een verlichting voor mijn zere teen, maar een aanslag op enkels en onderbenen. Ze bieden geen enkele stevigheid voor het dragen van een zware rugzak. De steun die de bergschoenen geven blijkt onontbeerlijk.
Na uiteindelijk 32 kilometer, een acceptabele dagafstand, bereik ik de camping in Troyes. Neergeploft naast mijn rugzak overdenk ik de reis tot nu toe. Als het allemaal zo moet dan liever niet. Mijn houding ten opzichte van de onderneming moet iets wijzigen, dat zal mijn fysieke gesteldheid ten goede komen. Ik heb nu in 5 dagen 216 kilometer gelopen, dat kan ook wel wat rustiger aan. Ik moet daar alleen zelf nog van overtuigd raken. Nadat ik mijn tentje heb opgezet komt er een Franstalige Belg aan die ook op weg is naar Santiago, ook te voet. Het blijkt de man te zijn die 2 dagen voor mij in Sommepy-Tahure had overnacht in het hotel. Hij is 14 dagen geleden van even boven Namen vertrokken. Wat hij in 14 dagen heeft gelopen heb ik in 8 gedaan. Hij heeft het plan om de eerste maand 20 á 30 kilometer per dag te lopen. Dat is een mooi begin. Er geraken is het belangrijkst, de snelheid daarvan allerminst.
Als ik mijn sok uitdoen bekruipt mij een nog onrustiger gevoel. Mijn teen ziet er wat vreemd en beschadigd uit. De Belg attendeert me erop dat ik op moet passen voor een infectie. Hijzelf prikt iedere dag zijn blaren en desinfecteert met zorg. Goed verzorgen is het devies, iets wat ik onderweg nog wel eens vergeet. Dat wordt in de hand gewerkt door het feit dat het juist alleen maar meer pijn gaat doen. Dat maakt me niet erg enthousiast om eraan te gaan zitten prutsen. Misschien al met al de oorzaak van mijn stranding in Troyes.
Ik besluit om naar een Pharmacie te strompelen, in Frankrijk halve apotheken en eerstelijns dokters assistentie. Aldaar word ik op een kruk gezet en begint de mevrouw aan de blaar op mijn hiel te frutselen. Beetje prikken, beetje knippen, veel desinfecteren. Ziet er niet echt smakelijk uit en een suikerklontje en een blikje cola houden me op de been. De linkerteen blijkt al licht geïnfecteerd en na schoonmaken luidt het advies tenminste twee dagen niet te gaan lopen. Bepakt met een uitgebreid medisch noodpakketje verlaat ik de Pharmacie om ernaast bij de Belg op het terras aan te schuiven. Van hem krijg ik nog een les in hoe naar de onderneming te kijken. Van hem kan ik nog wat leren, ik ben veel te ongeduldig.
-------------------------------------------------------------------------------
Donderdag 17 juli 1997
Rustdag Troyes
Onder gerammel van tentharingen van de buren ben ik blijven liggen in de tent. Het is wel eens lekker om je te laten wekken door de zon en dan nog eens rustig te blijven liggen. Vandaag ga ik maar eens fijn een dagje keutelen, met veel rust voor de voetjes. De gedachte aan de hele dag niets vastomlijnds te doen dan niks doen stemt me nog niet tot rust. Ook iets om mee te leren omgaan, een dagje niks doen.
Ik ga met de bus naar de stad. Dat scheelt drie kilometer heen en drie kilometer terug lopen, wat ik in mijn huidige toestand toch niet kan. De kathedraal is prachtig. Groot en sober met ornamenten uitgerust. De glas-in-loodramen worden daardoor sterk benadrukt. De kathedraal wordt op dit moment gerestaureerd en dat is zo te zien hard nodig.
Op een terrasje neem ik een eenvoudige warme maaltijd en lees de gekochte Telegraaf. Wel aardig om weer eens wat nieuws uit Nederland te lezen. Terug op de camping ga ik even in mijn tentje liggen en val direct in slaapt. Na mijn middagslaapje werk ik mijn dagboek bij. Gelukkig hoef ik niet te koken en terwijl ik mijn yoghurt en broodje nuttig zie ik hoe de camping volstroomt met toeristen uit alle windstreken. Het is een komen en gaan hier.
-------------------------------------------------------------------------------
Vrijdag 18 juli 1997
Rustdag Troyes
Vannacht heb ik erg veel last gehad van mijn benen en voornamelijk van mijn voeten. Dat zal wel een combinatie zijn van een ongemakkelijke lighouding en zware overbelasting. De bloedsomloop moet weer een beetje op gang komen. Vandaag weer even rustig aan dus. Weer naar de stad geweest. Krantje gehaald, lasagne gegeten op een terrasje, kappertje geweest. Ik heb me een coupe commando aan laten meten. Dat is in het Frans nog wel te regelen, ‘trois millimetre' duidt op de stand van de tondeuse. Hier hoef ik voorlopig niks aan te doen.
Mijn zin om de tocht te hervatten neemt toe. Ik neem uitgebreid de tijd om de complete route alvast op de kaart uit te tekenen, met de geplande dagetappes erbij. Mijn onrust is er mogelijk in gelegen dat ik denk dat ik het niet haal binnen de geplande 3 maanden. Zo kan ik uitrekenen hoeveel dagen ik nodig ga hebben en welke dagafstanden nodig zijn. Zo kan ik mezelf tot rust manen. Ik mis nog één kaart, maar als ik die morgen even koop dan weet ik tot Saint Jean Pied de Port waar ik aan toe ben. Bij nader inzien werkt dat zo prima. Alleen de wetenschap dat het 2400 kilometer is binnen 90 dagen af te leggen is voor mij iets te grofstoffelijk schijnbaar.
-------------------------------------------------------------------------------
Zaterdag 19 juli 1997
Troyes – Troyes 10 km (591 km)
Een rustig dagje om weer even in te komen. Van de camping in Troyes Noord, via het centrum, naar de Jeugdherberg in Zuid. Dit gekeutel gaat gepaard met de nodige voorzichtigheid. Na het inpakken lijkt de rugzak stukken lichter dan voorheen. Ik ben of de helft vergeten in te pakken of heb toch weer wat overbodigs weg weten te doen. Voor mijn gevoel wordt de rugzak al zwaarder als je alleen al denkt aan overbodige spullen die je bij je hebt.
Tijdens dit korte wandeldagje bezoek ik vier kerken in het centrum van de stad. Een doorgaans druk centrum met bijzonder hoge drankprijzen. Om aan de drukte te ontsnappen duik ik af en toe een kerk in. Dat levert een weldaad aan rust, ruimte en verkoeling. Dat, op één kerkje na. Hierin lijkt men alle beelden uit voorgaande kerken verzameld te hebben.
's Avonds in de jeugdherberg werk ik verder aan mijn etappeschema. De rust is wel een beetje doorgedrongen. Het vanaf hier nog ongeveer 1000 kilometer naar Saint Jean Pied de Port, in ongeveer 32 etappes te lopen. Dat zou me ruim voor 1 september aan de Spaande grens moeten brengen. Een mooie datum, met het oog op de beschikbare tijd. Dit stelt me in ruime mate gerust op het verdere verloop van de onderneming en me in staat de rust te houden om de tocht goed door te komen. Idioot veel lopen kan nog wel aan het eind.
Vannacht deel ik de kamer met een alleenfietsende Nederlandse jongen. Even leuk om een praatje te maken in je eigen taal en de wederpartij even aan te kunnen kijken. Als ik pa en ma aan de telefoon spreek vertel ik ze dat ik het leuk zou vinden als ze naar Nevers zouden komen, ze gaan touren met een camper. Dat is nog 7 dagen van minder dan 30 kilometer. Dan kom ik op zaterdag aan en dan kunnen we een rustige zondag samen doorbrengen, samen op de camping.
Zondag 20 juli 1997
Troyes – Maisons les Chaource 28 km (619 km)
Samen met een Engelse familie ontbijt ik om 8 uur in de Jeugdherberg. Broer, zus en moeder reizen Frankrijk door van jeugdherberg naar jeugdherberg. Betaalbaar reizen zo. Daarna ga ik met goede zin aan de wandel, niet teveel kilometers en rustig in het hoofd. Onderweg neem ik een kop koffie in een Bar Tabac en geniet van de rust en de tijd. Met regelmaat stop ik om de vermoeide voeten even te laten rusten. Na drie dagen nauwelijks lopen moet ik weer even op gang komen.
Rond 3 uur ben ik in Chaource, het beoogde eindpunt. Ik voel aan mijn enkel dat het eigenlijk het mooi is voor vandaag. Het blijkt dat de twee hotelletjes die het plaatsje rijk is vol zijn. Slapen zou er voor weinig kunnen, als ze een kamer vrij hadden. Zes kilometer verder is een Logis de France. Ik verman me even en stap in rustige tred verder, dan hoeft dat morgen in ieder geval niet. Onderweg doet mijn enkel aardig pijn, maar met een pauze gaat het prima. Voor 160 Frank heb ik een kamer en voor 106 Frank dineer ik copieus, grote salade, iets wat op kip lijkt en een cappuccino. Ik neem het ervan.
Na het eten fris ik me op en verheug ik me op de dag van morgen. Ga ik maar weer op de camping staan met veel Hollanders en lekker veel eten voor weinig. Morgen ook even naar de VVV voor wat informatie over de route naar Nevers.
-------------------------------------------------------------------------------
Maandag 21 juli 1997
Maisons les Chaource - Tonnere 25 km (644 km)
Beetje rottig geslapen vannacht. Het hotelletje blijkt wat gehorig en sommige gasten storen zich daar niet zo aan. Mijn buurman snurkt nogal en dat is vrij irritant als je erop gaat letten.
Voor onderweg moet ik wat meer eten mee gaan nemen, omdat ik soms de hele dag niks tegenkom. Het weegt wat meer, maar geeft wel zekerheid. Nu heb ik nog niet zoveel, al lopend eet ik een baguette met suiker en drink ik water om te spoelen. Gaat ook best zo. Na 10 kilometer hou ik halt bij een monument voor de gevallenen. Op het trapje eet ik wat en maak ik een foto van mezelf.
Het landschap begint te veranderen. Niet meer dat oneindige, zonder begin en zonder eind. De heuvels komen korter op elkaar , er is meer bos en hei en er zijn meer kleine pittoreske dorpjes. Met dien verstande dat ook in deze dorpjes verder niks te beleven is. Ik heb nog twee Snickers en een halve baguette met nog wat paté bij me. Moet lukken maar ik heb liever iets teveel bij me, zonder een halve supermarkt mee te sjouwen.
Terwijl ik de halve baguette soldaat maak in de schaduw onder een boom rolt de Nederlandse jongen uit de jeugdherberg in z'n vrij voorbij. Even later kruip ie tergend langzaam verderop weer tegen de heuvel omhoog. Ik volg hem tot hij uit zicht verdwenen is. De laatste twee kilometer van d dag volg in een GR, om vervolgens in Tonnere op de camping te eindigen. Ik zet gelijk de tent op en loop daarna het dorpje in. Er staat een mooie kerk, een beetje sober maar helemaal gerestaureerd. Alleen achter het altaar zit wat gekleurd glas-in-lood. Tientallen meters hoger staat nog een kerk, waar ik het klimmetje naartoe waag. Ik word beloond met een mooi uitzicht over de wijde omgeving. De bouw doet mediterraan aan . Bebouwing dicht op elkaar met ertussen kleine straatjes, tegen de berg aan. Daar gaan we meer van zien.
Dinsdag 22 juli 1997
Tonnere – Joux la Ville 31 km (675 km)
Voor de verandering begint de dag weer met een klimmetje van de rivier naar wat hoger gelegen land. Om half tien zit ik, bij gebrek aan koffie, aan de cola in Yrouerre. Leuk plaatsje bij een bron uit de rotsen. Na een redelijk vlak stuk, met onderweg een broodje kom ik uit in Nitry. Na beraad met wederom een colaatje en een blik op wat de camping moet zijn, besluit ik dat ik mijn geluk ga beproeven in Joux la Ville. Dat is zes kilometer verder en dus morgen anderhalf uur minder als ik in Vézelay wil uitkomen.
Nadat ik Nitry ben gepasseerd neem ik eerst een warme maaltijd bij een wegrestaurant. Het zit net naast de péage en dus zijn er hotels en is er eten. Het is me opgevallen dat ook in de lucht er een péage is, met straaljagers. Als ik op het terrasje zit worden mijn frieten bijna van mijn bord geblazen, zo laag komen ze over.
In Joux la Ville blijkt dat de camping niet meer is dan een veldje met een bord ernaast. Dat houdt niet over. Ik besluit even bij de Mairie langs te gaan en krijg van de burgemeester een plekje in de tuin achter het gemeentehuis. De achterdeur blijft voor me open voor water en gebruik van toilet. ‘Je va me reposer'. Het is goed dat ik vanalles bij me heb, want in het dorp is niks te halen.
-------------------------------------------------------------------------------
Woensdag 23 juli 1997
Joux la Ville – Vézelay 25 km (700 km)
Vandaag de dag van Vézelay, de eerste grote historische plaats op de route naar Santiago de Compostella. Als ik hier ben geweest ben ik voor mijn gevoel pas echt op weg. Het zal vast een lange dag worden, ondanks dat ik vroeg vertrek. Het is nog maar 25 kilometer, maar die duren dubbel zo lang als je er graag wilt komen. Er zal post zijn voor me en er staat een indrukwekkende basiliek naar het schijnt. We zullen zien.
Via een stukje GR13a met veel water, weiland en bos passer ik enkele pittoreske plaatsjes. Het landschap verandert langzaam in meer bergen en minder graan. Als ik me na 20 kilometer in mijn eetpauze afvraag wanneer ik Vézelay zal gaan zien ben ik blij verrast als dat, na vervolg van de wandeling, 50 meter verder om de hoek blijkt te zijn. Bovenop een heuvel van ca 300 meter hoog ligt in de verte Vézelay, met haar Basilique de Sainte Madeleine. Het is indrukwekkend om zo te zien en ik word er even stil van. Langzaam nader ik en via een oude Middeleeuwse weg wandel ik door weiland en bos recht de heuvel op. Via een laatste geplaveid stukje weg beland ik, vol verwachting, precies op het plein voor de basiliek. Vanuit de stilte van de weg op een plein vol met toeristen en videocamera's. Ik word met mijn bezwete koppie wat argwanend aangekeken.
Dat ik dit al bereikt heb maakt me blij, ik ben ontroerd. Vézelay is het eind van het begin en de start naar de rest van de route. Ik loop een rondje om de basiliek om even af te koelen in de schaduw. De basiliek is enorm groot, vergeleken met de grootte van het dorpje. Het grenst aan grootheidswaanzin. Bij het betreden van de basiliek lopen de rillingen me over mijn rug., Niet alleen van de koelte van de ruimte maar ook vanwege de pracht ervan. De ruimte is imposant groot en eenvoudig. Er staan geen beelden, alleen houten kruisen langs de muren. Ik doe mijn rugzak af en ga even zitten om de ruimte en de rust op me in te laten werken. Even later komen de zusters binnen, gekleed in witte habijten knielen ze op de grond met hun gezicht naar het altaar. Na enige tijd beginnen ze gezamenlijk te zingen. Een bijna buitenaardse ervaring, in een omgeving als deze. De middagmis begint en ik zit hem helemaal uit.
Na de mis loop ik binnen door mee met de monniken. Ik krijg een stempel en word uitgenodigd voor het middageten. Ook een bijzondere ervaring, gezeten in een kring van tafels eten de monniken in stilte. Na het eten word ik door een monnik begeleid naar een auberge van het lokale genootschap aan de andere kant van het dorpje. In een huis als een jeugdherberg installeer ik me en neem een lekkere frisse douche.
Een stuk frisser wandel ik langs het postkantoor waar ik poste-restante post naartoe heb laten sturen. Ik haal circa 10 brieven op en een pakketje. Op een binnenterrasje in de zon, onder het genot van een kopje thee, lees ik de brieven en open ik het pakketje. Ik heb gevraagd sokken en een waterdichte kaartmap op te sturen. Het is leuk om brieven te ontvangen van mensen met wie je normaal nooit zou schrijven. Gedachten en gevoelens hebben hun weg op papier gevonden en het wordt me steeds duidelijker wat ze van mij en mijn onderneming vinden. Door een brief te sturen worden ze deel van de reis en in gedachten zijn ze bij me. Ik stuur ze allemaal een brief of kaartje terug.
Na de schrijverij ga ik weer naar de basiliek. Na een tijdje komen de broeders en zusters weer binnen, nu voor een complete eucharistieviering van anderhalf uur. Aan het einde van de mis ontvang ik gelukwensen, net als alle andere aanwezigen. Een dagelijks gebruik. Na de mis keer ik terug naar de herberg, door een verlaten en gesloten Vézelay. Daar geniet ik van iets onherkenbaars als maaltijd samen met Jean, Marc (die in de basiliek werkt) z'n vriendin (die kookt) en een monnik. Ik ben vandaag de enige gast. 's Avonds leg ik me moe te rusten in een net iets te kort bed.
-------------------------------------------------------------------------------
DOPPEN Of ik nog honderd uren met je praat ik weet bij voorbaat al dat het niet baat je zult je eigen wereld zelf moeten ontdekken je eigen pieken en je eigen zwakke plekken en daarom zeg ik je nog één keer beknopt geen ander dopt jouw peultjes zoals jij ze dopt. Toon Hermans



Troyes (bevolking van circa 61.000) is een stad in het noordoosten van Frankrijk , en is de hoofdplaats van het departement Aube . De Seine stroomt door Troyes.
Het Verdrag van Troyes , dat in 1420 hier getekend werd door de Franse koningin en de Engelse koning, betekende een keerpunt in de Honderdjarige Oorlog . De onterfde Dauphin kreeg hulp van het boerenmeisje Jeanne d'Arc en heroverde zijn land. Tijdens de Middeleeuwen was Troyes een belangrijke handelsstad, en gaf haar naam aan de gewichtseenheid troy ounce , die voor de prijsstelling van edele metalen nog steeds gebruikt wordt. De middeleeuwse schrijver Chrétien de Troyes heeft hier gewoond en is er misschien geboren.

TEVREDEN MAN Laat de oppervlakkigen mij oppervlakkig noemen laat de sentimentelen mij sentimenteel noemen mij de wijzen wijs de gekken gek de anderen anders de lieve mij lief de goden mij God Herman van Veen
Vézelay is een Franse gemeente in het departement Yonne, arrondissement Avallon in de regio Bourgondië, Frankrijk. Het is vooral bekend als bedevaartsoord en om zijn abdijkerk, de basiliek van Vézelay, een bouwwerk uit de 11e eeuw. Ook gewoon toerisme is een goede bron van inkomsten voor het stadje. Vézelay telt 507 inwoners.


Interieur van de basiliek
La Madeleine is een kerk die volledig past in de oude Bourgondische bouwtraditie. In de kerk van Vézelay overheerst het gevoel voor evenwicht, proportie en soberheid, geen weelderigheid als in Cluny en al evenmin hoog opstijgende gotische vormen. La Madeleine heeft evenmin de strengheid van een cisterciënzerkerk. Het is ook een zintuiglijk genot hier rond te wandelen, alleen al door de materiaalkeuze (witte en roze natuursteen in de arcaden, witte en bruine steen in de gordelbogen en de spierwitte kalksteen van het lichtend koor). Ook de talrijke scènes op de kapitelen en buiten op de tympanen geven aan dat dit geen cisterciënzerkerk is.
Ook het tympanon van La Madeleine (niet het tympaan buiten aan de voorkerk, maar het tympaan dat de zending van de apostelen voorstelt), meer naar binnen in de zogeheten narthex), is een uitleg waard. Dit tympanon biedt een mooie samenvatting van geloofsartikelen die te maken hebben met de stichting van de katholieke kerk.
In 850 hadden zich aan de voet van de heuvel al Benedictijnse nonnen gevestigd, later gevolg door monniken, die in een klooster bovenop de heuvel gingen wonen. Vézelay kreeg vanaf omstreeks 1050 de status van bedevaartsoord. De toevloed van pelgrims was zo groot, dat de oude abdijkerk al snel te klein werd. In 1096 begon men aan de bouw van een nieuwe. Het bedevaartsdorpje werd een stad van meer dan 1000 inwoners.


