Vézelay (F) - Rocamadour (F)
17 dagen / 11 juli 1997 - 9 augustus 1997 / 471 km / 1171 km totaal


--------------------------------------------------------------------------------
Donderdag 24 juli 1997
Vézelay – Chaumot 33 km (733 km)
De dag start met een korte trip naar het postkantoor om de brieven en kaarten te posten en met een bezoek aan de bakker. Deze is nog niet open, maar bij de achterdeur koop ik een verse warme baguette. Brood is hard nodig, want ik verwacht de rest van de dag geen winkels tegen te komen. Klokslag 7u00 loop ik door de laaghangende bewolking weg uit Vézelay door Saint Père. Alleen het klokgelui doet aan de aanwezigheid van de in de mist verhulde basiliek herinneren. Het begin van de tocht naar de Spaanse grens. Eerst Nevers voor een ontmoeting met pa en ma, dan Cahors met post en Saint Jean Pied de Port aan de voet van de Pyreneeën.
Lopend op de Route Departemental duren de kilometers lang. Er zijn maar weinig dorpjes en er komt maar af en toe een auto langs. Ik hoor ze duidelijk aankomen en doe een stapje opzij, afhankelijk van welke kant ze komen. Het stuk is 16 kilometer, met zo af en toe een huisje als afleiding in de aaneengesloten kilometers. Na een korte pauze besluit ik het geëffende pad te verlaten en duik een landweggetje op. Door gras en weiland, langs hagen en struiken met zo nu en dan een boom loop ik door het Franse land. Na Vézelay wordt het pas mooi, dat blijkt.
Door schijnbaar verlaten gehuchtjes bereik ik Corbigny, waar ik op een terrasje neervlij. Naast me zit een Nederlands stel dat me, aangemoedigd door mijn Nederlandse vlaggetje, aanspreekt. Er volgt een leuk gesprek van twee uur. Die rust heb ik in ieder geval. Om 4u00 doe ik even boodschappen om vervolgens de laatste drie kilometer naar Chaumot te lopen. Ik vermoed dat daar niks te kopen valt en dat blijkt ook. Naast me staan twee heren in een Freetime tentje van 200 gulden en een Rolls Royce als vervoermiddel. Kan ook …
--------------------------------------------------------------------------------
Vrijdag 25 juli 1997
Chaumot - Prémery 30 km (763 km)
In afwijking van de ‘ideale lijn' kies ik weer voor een weggetje door het land. Misschien 2 kilometer verder maar zéér de moeite waard voor wat betreft het landschap en de rust. Via een netwerk van kleine, soms niet op de kaart aanwezige, weggetjes baan ik me een weg door dit vrolijke landschap. Lopen wordt makkelijker als de omgeving wat afleiding biedt.
Vlak bij Prémery probeer ik een doorsteekje te maken om het lopen op een drukke weg te vermijden. Dit moet volgens de kaart mogelijk zijn. Het is een graspad dat reeds jaren niet belopen is. Na 500 meter kom ik erachter waarom, er staat een hek met een bordje met het opschrift ‘verboden toegang'. Dan maar terug naar de drukke weg. Was wel een leuk weggetje, maar zonder doel. De camping ligt wel weer vlak bij deze drukke weg en ik ben er dus zo.
Het is tijdens het lopen steeds bewolkter geworden en als ik mijn tent op heb gezet begint het te regenen. Zacht maar gestaag. Ik doe even boodschappen in de regen en maak nog een korte wandeling door het dorpje. De rest van de dag en avond breng ik slapend door. Ik ben moe.
--------------------------------------------------------------
Zaterdag 26 juli 1997
Prémery - Nevers 31 km (794 km)
Vanavond ga ik pa en ma zien, dat is een mooi en belangrijk vooruitzicht. Ik vind het bijzonder dat ze mij gaan zien terwijl ik onderweg ben, hoe ik nu doe en ben.
Prémery blijkt een industriestadje met een chemische fabriek. De milieudienst is hier nog niet langs geweest denk ik. Tot genoegen nu maar tot ongenoegen later. Ook na de industrie wandel ik weer door kleine gehuchtjes en plaatsjes gelegen in een afwisselend landschap van graan, weiland en bos. Ik beland weer in een klein cafeetje dat al open is. Kopje café noir en lekker even zitten. Nevers nadert inclusief een stukje drukke weg, standaard bij het betreden van een grote stad. Ik ben benieuwd naar beiden.
In Nevers eet ik wat op een terrasje en wandel ik de kathedraal St. Cyr in. Weer een indrukwekkend grote kathedraal met modern glas-in-lood. De camping blijkt direct aan de Loire te liggen. Ik regel een plekje dat toegankelijk is voor rolstoelen. Naar ik meen heeft ma, die met een gebroken been op vakantie is, er een bij zich.
Tegenover me staat een stel van middelbare leeftijd dat op de fiets is. Die heb ik eerder in Troyes gezien en we maken een praatje. Aardige mensen. De man is al een keer naar Santiago gefietst 5 jaar geleden. Ze doen het nu samen.
De aankomst van pa en ma in de camper is leuk en bijzonder. Het is fijn om ze te zien en te spreken na 4 weken alleen onderweg te zijn. Dat doet me wel wat. We eten wat samen en praten veel. Over hun vakantie, mijn belevenissen en allerlei andere grote en kleine dingetjes. Ze hebben een klein self inflatable matje waar ik onderweg op kan zitten en een nieuwe wandelstok bij zich. Op het matje kan ik ook mijn voeten leggen als ik slaap, mijn self inflatable slaapmat is 1m20 lang. Lekker light. Prettig om even nieuwe spullen te krijgen en hartverwarmend dat ze er zijn.
--------------------------------------------------------------------------------
Zondag 27 juli 1997
Rustdag Nevers
Na een wat onrustige nacht gepaard gaande met veel zweten en nog veel meer kleine mugjes bij de naastgelegen lantaarnpaal, besluiten we deze dag op de camping te blijven. Het is wat bewolkt, maar even geen zon vind ik eigenlijk ook wel lekker. Ik loop er al dagen onder te branden.
Na een ontbijtje met vers brood en natuurlijk een croissant doen we de rest van de dag weinig. Daar kan je het nog aardig druk mee hebben. Even alles wassen, foto's van de vakantie van pa en ma in Engeland kijken, veel gepraat, even naar de stad. Ik heb een riem gemaakt van een gesp en een stuk rugzakband. Daar heb ik wel geduld voor, heb er 3 uur over gedaan. Ik breng ook mijn spulletjes even op orde en werk mijn dagboek bij. Ik loop al 3 dagen achter, heb het onderweg gewoon té druk met lopen en doen.
's Avonds hebben we lekker gebarbecued en op een nieuwe stek aan de Loire kruip ik, zonder lantaarnpaal en muggen, tevreden mijn tentje in.
--------------------------------------------------------------------------------
Maandag 28 juli 1997
Rustdag Nevers
Vandaag gaan we toeren. We gaan in de camper naar de Çhaisse de Bernadette de Lourdes. Bernadette ligt opgebaard in de kapel van klooster Saint-Gildard. De heilige Bernadette heeft in Lourdes 15 maal Maria aan zich doen verschijnen. Het is even werk om ma er mét krukken heen te krijgen, het is niet erg rolstoelvriendelijk daar, maar het lukt. Binnen hebben ze gelukkig wel weer een rolstoel.
Ik heb het zelf niet zo met het ‘van alles van Bernadette verzamelen en tentoonstellen, incluis haarzelf'. Het verhaal op zich is wel bijzonder en de opgebaarde Bernadette ook, voorzover het werkelijk haarzelf betreft.
Na dit bezoek gaan we naar de Cathédrale de Saint-Cyr et Sainte-Julitte en ik probeer bij de presbytiere een stempel te halen. Die blijkt echter dicht vandaag en ik probeer wat anders te verzinnen. De kerk is een bijzondere combinatie van een oude kerk met moderne glas-in-loodramen met een bijzondere lichtinval.
Na het toeristische uitje genieten we op een terrasje van koffie en gaan pa en ik even boodschappen doen. We halen een krantje en wijden ons vervolgens op de camping aan het betere niksdoen. Ik hou me bezig met de route, mijn dagboek en de dag van morgen. Weer aan de wandel, afscheid, alleen. Toch heb ik er zin in. Géén afscheid, maar een vervolg met een weerzien begin oktober.
--------------------------------------------------------------------------------
Dinsdag 29 juli 1997
Nevers – Le Veurdre 33 km (827 km)
Afscheid nemen blijkt toch weer best moeilijk. Na een gezamenlijk ontbijt om 08u00 zeg ik pa en ma gedag. Ik vecht tegen de tranen. Het geeft weer een gevoel van onzekerheid, alleen verder. Als ik eenmaal weg ben zakt de weemoed wat weg en pak ik de draad van het pelgrimeren weer snel op.
Ik denk aan waarom ik hieraan begonnen ben. Om lange tijd op mezelf te leren zijn, om te leren gaan met ongeduld en te leren relativeren. Om andere mensen leren kennen, in een andere omgeving, met andere dan alledaagse zaken bezig te zijn. Om te beginnen en het af te maken.
De eerste kilometers na Nevers loop ik alsof ik aan een elastiek aan Nevers vastzit, ik kom er niet van weg. Altijd lastig bij een grote stad, en het is nu extra lastig omdat het zo gezellig was. Dat zal nu niet meer zo zijn, omdat pa en ma weg zijn. Alles is vergankelijk, tijd voor nieuwe dingen, onzekerheid. Ik denk wat na over werk, terugkomen, de camping van vanavond, de pauze zodirect en over wat ik echt belangrijk vind. Alles in willekeurige volgorde.
Ik loop een kilometertje om, zodat ik even water kan tanken op het kerkhof van Mars sur Allier. En passant loop ik langs een prachtig Romaans kerkje. Een idyllisch bouwwerkje in een van toeristen (en anderen) verlaten dorpje. Volgens de thermometer is het 38 graden.
De camping is een vrij groot grasveld zonder bewaking of iets dergelijks, maar met bijzonder goede voorzieningen. De camping is gratis, want er is niemand om te betalen. In de middag besteed ik mijn tijd aan een lange en goeie brief en voor het avondeten laat ik me de spaghetti goed smaken. Ik moet nog voortmaken om voor het donker in bed te liggen.
--------------------------------------------------------------------------------
Woensdag 30 juli 1997
Le Veurdre – Vieurre 40 km (867 km)
Om 07u10 haal ik vers brood bij de boulanger en ga goedgemutst op pad. Dat goedgemutste komt overigens altijd pas ná het vertrek. Opstaan en inpakken is nog altijd niet leuk. Het is iedere keer weer het vertrekken en het loslaten van het bekende, al was het maar bekend voor één dag. Onderweg post ik de brief die ik gister geschreven heb en een kaartje. Voor ik het weet zit ik aan de koffie 9 kilometer verderop in Limoise. Achter de bar staat een klein VW Kevermodelletje en in mijn beste Frans probeer ik die te kopen, voor mijn Keververzameling. De mevrouw begrijpt mij niet en wil het autootje ook niet kwijt. Helaas.
Ik moet even 4 kilometer omlopen via Bourbon L'Archambault om geld te pinnen. Ik heb nog maar 50 Frank en daar kom ik niet ver mee. In Bourbon arriveer ik klokslag 12u00 en ik zoek gelijk wat te eten, dan heb ik dat vast gehad. In een hotelletje, bevolkt met twee dozijn oude mannetjes en vrouwtjes, eet ik een plat du jour van mijn laatste geld. Bijna vergeet ik daarna nog geld te halen; wel mijn koppie erbij houden.
Nog 10 kilometer naar Ygrande, beoogd eindpunt van vandaag. Ik verheug me op een aankomst op de camping en een middag in rust. Bij aankomst blijkt er helaas geen camping. Foutje gemaakt in mijn aantekening op de kaart. Dom. Ik heb geen zin om geld uit te gaan geven aan een hotel en aangezien er 8 kilometer verder in Vieurre wel een camping is, wandel ik door. Dat betekent wel een aardige aanslag op de voeten, maar die redden dat ook nog wel. In de plaatselijke supermarkt doe ik nog wel even inkopen voor twee dagen. Vermoedelijk kom ik noch in Vieurre noch morgen winkels tegen, dan moet je wel.
Volgepakt met eten loop ik de laatste kilometers als er onderweg een auto stopt. De bestuurder werpt een blik op de Jacobsschelp en vraagt of ik al gegeten heb. Hij nodigt me uit om te komen eten. Vriendelijk sla ik zijn uitnodiging af, heb net gegeten. De schelp brengt wel herkenning.
De camping is er een aan een meertje, waar het een drukte van belang is. Ik heb een aardig gesprekje met de toezichthoudster en de jongens van de bar. Dat maakt het leven van de alleenreiziger aangenaam, je legt zo makkelijker contact met anderen. De kilometers van vandaag zitten aardig in de benen en ik neem een lekkere douche en verzorg mijn voeten goed. De rest van de avond gaan ze omhoog en ik ga vroeg slapen.
--------------------------------------------------------------------------------
Donderdag 31 juli 1997
Vieurre - Montmarault 28 km (895 km)
Vandaag een dagje door het land gewandeld. Inmiddels staan er de hele tijd huisjes in zicht, langs kleine weggetjes. Dat is gezellig lopen. Er zijn weliswaar niet al te veel mensen te bespeuren maar het breekt de oneindigheid een beetje. Lekker lopend denk ik aan wat ik zal gaan doen als ik terug ben. Waarschijnlijk niet zolang blijven werken voor huidige werkgever. Ik heb het daar wel een beetje gehad. Het werk, de collega's. Tijd voor iets anders.
Ik merk dat ik gisteren een beetje teveel gelopen heb. Dat is jammer, want zo geniet ik minder van vandaag, omdat ik meer op mijn voeten moet letten. Onderweg op een landweggetje word ik in het voorbijlopen gadegeslagen door een boer. Hij vraagt ‘hoe en wat' en ik vertel het hem. Leuke gesprekjes zo onderweg, ik kan er weer even tegen.
In Sazeret verwacht ik een camping, maar als ik het campingbord ca 1 kilometer volg en nog niets zie besluit ik door te lopen naar Montmarault. Ik heb een hekel aan teruglopen en wie weet hoe lang het nog zou duren eer ik bij de camping zou zijn. Later blijkt dat de camping 3 kilometer terug was, op een andere weg dan die ik had genomen. Dat is me iets te gortig. De camping van Montmarault blijkt ingenomen door zigeuners. Enigszins achterdochtig zet ik mijn tentje wel ergens achter een van de wagens. Bijzondere plek zo. Er is geen sanitair in gebruik, maar de plaatselijke brasserie biedt uitkomst.
--------------------------------------------------------------------------------
Vrijdag 1 augustus 1997
Montmarault – Saint Eloy les Mines 25 km (920 km)
Bijzonder slecht geslapen vannacht. Zal de camping zijn. Deze ligt aan de Route Nationale en er lopen ook nog eens twee honden rond die maar blijven blaffen. Nog even en ik krijg een hekel aan honden. Ze zijn waarschijnlijk net zo ongemanierd als hun baasje.
Vandaag is niet zo mijn dag. Komt vast door die beroerde nacht en de 40 kilometer van eergisteren. Het valt niet mee om vooruit te komen, maar het lukt. Onderweg passeer ik een prachtig wegkruis uit de 12e eeuw. Een moment om bij stil te staan en ik neem me dan ook voor om als ik thuiskom een boekje over wegkruizen te maken.
In Montaigut koop ik een Nederlandse krant en weet vlak voor de middagsluiting in de Mairie een campinggidsje in te zien en noteer wat campings op de kaart. Er blijkt een andere dan de geplande route mogelijk, meer door het platteland. Nu was de geplande route ook al aardig door het land, maar deze lijkt nóg aardiger. Eerst nog 4 kilometer door naar Saint Eloy les Mines, een strekdorp langs de Route Nationale.
De camping ligt langs een meertje net aan de rand van de stad, met uitzicht op de 500 meter verder gelegen Intermarché. Daar ga ik dan ook boodschappen doen. Volgens mijn planning zal ik 2 á 3 dagen geen winkels tegenkomen en bovendien is het overmorgen zondag. Dat is dus best lang en vraagt wat denkwerk. In het geval ik wél winkels tegenkom is het mooi meegenomen, maar het uitgangspunt is dat er niks is. Dan heb ik in ieder geval de zekerheid dat ik alles bij me heb, inclusief geld.
Op de camping weet ik goed uit te rusten. Ik slaap veel en lig met de voeten op de rugzak. Het koken sla ik over. Ik eet een afhaalpizza bij het lezen van de telegraaf.
--------------------------------------------------------------------------------
Zaterdag 2 augustus 1997
Saint Eloy les Mines - Pontaumur 40 km (960 km)
De dag begint met het vervelende gevoel dat ik iemand mis. In de wetenschap dat er inderdaad niemand is pak ik mijn spulletjes, na een prima nacht. Soms kan je zo intens dromen dat het jammer is om wakker te worden en ik me afvraag of ik het werkelijk heb beleefd.
Bijna de hele dag loop ik door een bijna bergachtig landschap met haagjes en graslanden. Er staan ook hier bijna continue huisjes langs de weg. Vlak voor Gouttieres loop ik langs een autosloop waar een paar prachtige auto's staan te verroesten. Nu doen ze het vermoedelijk toch al niet meer, maar als opknappertje zijn ze nog steeds aardig. Zonde. Even later strijk ik op een terrasje neer en neem, bij gebrek aan koffie, maar een cola. Zit ook cafeïne in tenslotte en word ik lekker wakker van. Ik heb een gezellig gesprekje met een Nederlandse mevrouw die op vakantie is.
Na 22 kilometer kom ik in Saint Priest des Champs waar een dorpsfeest aan de gang is. Ik loop al een paar kilometer met de gedachte te spelen om nog 17 kilometer door te lopen naar Pontaumur. Dat maakt wel 40, maar scheelt uiteindelijk 1 dag op weg naar Cahors. Na overleg met de voeten besluit ik de uitdaging aan te gaan. Rustig en met kleine pauzes tussendoor wandel ik verder.
In Pontaumur ga ik, ondanks dat ik van alles bij me heb, toch even boodschappen doen. Ik koop veel drinken en kant-en-klaar eten. Instant waar alleen water bij hoeft. Dat is er altijd wel. Gaan we vaker eten dus.
Op de alleen met Fransen gevulde camping municipal, ga ik eerst even lekker uitrusten. Van de overbuurvrouw krijg ik een emmer om mijn drinken fris te houden in wat koud water. Goed idee. Het gedroogde eten blijkt goed te smaken, ditmaal Chinees. Dat is beter dan alleen maar ravioli en een stuk lichter om mee te nemen. Ik voel me hier uitstekend op mijn gemak.
Rustig zitten schrijven en even naar huis gebeld. Of ze toch mijn goede zonnebril op willen sturen. Dat blijkt toch wel nodig, ik loop bijna de hele dag in de zon. Een deel van mijn vermoeidheid zal daaraan te wijten zijn, naast het geloop natuurlijk. Dan maar hopen dat er na Cahors ook nog veel zon is, dan kan ik hem nog vaak gebruiken.
Ik verheug me nu al op morgen. 25 Kilometer lopen, lekker vroeg op de camping. Brieven schrijven. Ben nu 5 weken onderweg.
--------------------------------------------------------------------------------
Zondag 3 augustus 1997
Pontaumur – Giat 25 km (985 km)
Het is tot nu toe nog weinig voorgekomen, maar ik zit onderweg nog tijdens het lopen te schrijven. Over het algemeen neem ik daar de tijd niet voor, maar nu heb ik daar wel even zin in. Het is nog 9 dagen naar Cahors en zoals het er nu voor staat zal ik dat doen zonder rustdagen. Nu is een rustdag ook relatief. Als ik 25 kilometer loop kom ik tóch vooruit en ben ik om 13u00 op de camping. Dat is een mooie tijd om de hele middag en avond uit te rusten. Ik vind het wel een uitdaging om te zien of ik 14 dagen onafgebroken kan lopen. Dat heeft naar mijn inzicht niks met haast te maken. Het is me meer om de fysieke, mentale en organisatorische uitdaging te doen.
In Giat blijkt de camping praktisch middenin het dorp en geheel verlaten, zelfs zonder beheerder. Betalen aan de Mairie morgenochtend om 09u00. Dan ben ik al weg, dus weer een nachtje op kosten van de gemeente. De voorzieningen zijn goed. Ik geniet van een middagje zon en stilte. Ik lees, slaap en lees.
--------------------------------------------------------------------------------
Maandag 4 augustus 1997
Giat – Sornac 33 km (1018 km)
Ik weet mezelf ertoe te bewegen om niet al te vroeg op te staan. Eigenlijk wil ik voor 12u00 in La Courtine zijn, 22 kilometer lopen. Dan is de lokale VVV namelijk nog open en kan ik wat informatie halen over de route en campings. Dat is nodeloos gehaast natuurlijk en ik besluit dat ik er ook best na 12u00 kan aankomen, dan ga ik gewoon eerst even eten. Dat is dan weer makkelijk voor de avond aangezien ik niet precies weet waar ik terecht ga komen.
Tijdens het inpakken hoef ik, als enige gast, niet zo stil te zijn. Om 07u00 ben ik weer op pad, met een steeds lichter wordende rugzak. Via een rustige route departementale beweeg ik me voort door een bosrijk landschap met kleine riviertjes en meertjes, meestal met naastgelegen camping. Vandaag passeer ik de 1000 kilometergrens. Ter hoogte van 998 kom ik bij een cafeetje aan een meer en neem ik voor de gelegenheid 2 koffie en een gebakje om het passeren van deze mijlpaal te vieren. Dat smaakt!
In La Courtine eet ik tussen de middag een salade en lasagne in de brasserie. Niet veel bijzonders maar dan heb ik in ieder geval gegeten. De laatste 9 kilometers naar Sornac zijn voorbij voor ik er erg in heb. Als alle kilometers zo zouden gaan ben ik er zo.
Op 1 kilometer van het dorp is de camping, natuurlijk aan en meertje. Ik breng de middag door met de planning van morgen. Er zijn campings na 22 en na 45 kilometer. 22 is wel weer wat kort en 45 is zeker teveel. Ik zie morgen wel hoe ik dat op ga lossen. Nog 7 dagen naar Cahors.
--------------------------------------------------------------------------------
Dinsdag 5 augustus 1997
Sornac – Meymac 22 km (1040 km)
Om 07u10 haal ik vers brood bij de bakker en loop de dag tegemoet. Even verderop tank ik een minuscuul beetje benzine voor mijn brander en maak een aardig praatje met het mooiste meisje van het dorp, dat daar toevallig werkt.
Na al dat aardigs stap ik weer een saaie wereld in die vol met naaldbomen staat. Een verlaten landschap met stromen en beekjes. Ik loop zo 9 kilometer van iedereen verlaten om in een oase van groen, dieren en mensen uit te komen. Een klein bergdal met paarden, koeien, schapen en de aanmoedigingen van een goedgemutste boer.
Om 11u15 al ben ik in Meymac, het lijkt wel een rustdag zo. Ik loop eerst even door het leuke dorpje en koop een Telegraaf en wat ansichtkaarten alvorens ik naar de camping ga. In de regen zet ik de tent op en ga daarna een hapje eten in het naastgelegen self-service restaurant. 60 Francs compleet. Daar ga ik vandaag niet voor lopen rotzooien en zeker niet in de regen. De middag breng ik in de tent door met schrijven en slapen. Ik voel me niet helemaal fit en zo'n rustmiddagje komt wel goed uit.
--------------------------------------------------------------------------------
Woensdag 6 augustus 1997
Meymac - Marcillac la Croisille 43 km (1083 km)
Ik heb een lange dag voor de boeg als ik vanavond op een camping wil eindigen. Dit houdt de kosten een beetje binnen de perken, zeker als het niet écht nodig is en het geeft een wat groter gevoel van vrijheid. Het inpakken gebeurt stil en omzichtig, om vooral maar niemand wakker te maken.
Vandaag loop ik vooral via de witte weggetjes op de kaart, die me wederom op ontdekkingsreis door het Franse land nemen. Bos wordt afgewisseld door groene weiden met veel vee, maar vooral door veel water. Beekjes en stroompjes die gevallen regen afvoeren naar rivieren en meren.
Na de eerste kilometers voel ik dat ik een lange dag als vandaag wel goed door kan komen. Dat is altijd even afwachten, maar het gevoel is goed. Ik geniet van de prachtige omgeving, terwijl ik wat in mezelf zing. Ditmaal staat de Golden Earring op het repertoire. Soms krijg ik kippenvel en voel ik me bevoorrecht dat ik hier mag lopen.
In Egletons drink ik een kopje koffie op een terrasje, de krant lezend en wachtend tot ik warm kan eten. Het is pas 11u30. het dagmenu smaakt me goed en ik vervolg opgewekt mijn weg over de Franse wegen. Het ene dorpje volgt het andere op. Na een rustpauze en een laatste stukje over een verlaten bosweggetje kom voor mijn gevoel al snel aan in Marsillac la Croisille. De camping blijkt 2,5 kilometer verderop en dus loop ik het laatste stukje met de boodschappentas in de hand.
Het is een vrij drukke camping aan het water. Het aardige van een camping is dat je er wat mensen tegen kan komen. Dat is ook gelijk een nadeel, want die mensen maken allemaal herrie. Auto's, radio's, kinderen. Het is 18u00 als de tent staat en er rest mij niks anders dan de rest van de avond lekker te gaan liggen. Dat is goed te doen.
Aan het einde van de avond begint het zoals voorspeld, enorm te onweren. Niet hard genoeg om mij uit mijn slaap te houden.
--------------------------------------------------------------------------------
Donderdag 7 augustus 1997
Marcillac la Croisille - Argentat 32 km (1115 km)
Als ik om 06u00 wakker word onweert het (weer). Gestaag druppelt de regen op het tentdoek als ik besluit heel even te wachten met opstaan. Na een kwartiertje begin ik toch in te pakken. Voor mijn gevoel gaat deze bui wel even duren, dan kan ik net zo goed gaan lopen. Na wat onhandigheid om met een droge rugzak ingepakt te raken, wandel ik met jack en rugzakhoes de regen in. Dat is toch wel even anders, zelfs leuk, na 6 weken in de zon te hebben gelopen. Dat gevoel zal wel anders worden als het langer blijft regenen. Droog lopen geeft ook een gevoel van onbezorgdheid. Geen gezeur over het drooghouden van je spullen.
Het landschap is er ondanks de regen niet minder om. Het begint zelfs weer te onweren, ik voel me er wat onprettig bij. Gelukkig loop ik niet in het vlakke land en weet me omringd door hoge bomen en elektriciteitsmasten als bliksemafleiders. Of dat handig is weet ik niet…
In La Roche Canillac koop ik een broodje en drink een bakje koffie. Als ik weer buiten kom is het opgehouden met regenen en schijnt de zon, om de rest van de dag te blijven schijnen. De regenkleding kan weer weg.
Argentat blijkt een aardig toeristische plaats met veel campings. Om de kilometer is er eentje, dat is makkelijk voor de planning. Na mijn rugzak vol te hebben gestopt met voornamelijk drinken, zoek ik de eerste camping op waar het rustig is. Dat blijkt te lukken, eentje zonder zwembad of disco. Simpel en goed, direct aan de Dordogne.
--------------------------------------------------------------------------------
Vrijdag 8 augustus 1997
Argentat - Tauriac 32 km (1147 km)
Vandaag loop ik lekker een vlak dagje langs de Dordogne. Ik heb goed geslapen en ik heb er zin in. Deze dag geeft me mooi de kans wat te herstellen. Het uitzicht op de Dordogne is fantastisch! Om 07u30 wandel ik door een mistige Dordognevallei, bijgelicht door een waterig zonnetje. De mist blijft boven de rivier hangen, met de zon erboven.
Na een paar kilometer blijkt dat ik er wel zin in heb, maar de rugzak niet zo. Vandaag zit ie niet lekker. Ik probeer voor 12u00 in het volgende plaatsje te zijn, dan kan ik mooi even een krantje halen en naar de VVV. Die gaan namelijk om 12u00 dicht voor middagpauze. Ik moet me echter niet al te druk maken om die tijden, want daar word ik weer wat onrustig van. Zo loop ik, de kilometers aan elkaar rijgend, wat onrustig door en om 11u30 ben ik alweer in Baulieu. Dat valt me dus mee. Misschien moet ik maar eens op mijn horloge gaan kijken onderweg, dan heb ik iets meer gevoel voor de tijd. Nu meet ik het tijdstip een beetje af aan de stand van de zon en het aantal kilometers dat ik denk afgelegd te hebben. Blijft een beetje een gok.
Ik pak een terrasje en raak in gesprek met een Nederlands echtpaar, dat niet had verwacht dat ik vanuit Nederland was komen lopen. Leuk om weer even Nederlands te praten, behalve met mezelf.
Na Baulieu loop ik nog 10 kilometer verder naar Puybrun. Een rustige weg, nog steeds in de vallei van de Dordogne. In Puybrun doe ik boodschappen en besluit ik naar de camping in het 2 kilometer verderop gelegen Tauriac te gaan. Helaas maakt ook op deze camping alles en iedereen lawaai. Staan op de camping lijkt voor velen een soort vrijbrief om je gedurende enige tijd uitzonderlijk asociaal te gedragen. Dat lukt de meesten aardig. Sta ik weer tussen, als pelgrim.
--------------------------------------------------------------------------------
Zaterdag 9 augustus 1997
Tauriac - Rocamadour 24 km (1171 km)
Vandaag zal ik zo ongeveer op de helft van mijn tocht zijn. Dit bij aanname dat de tocht tussen de 2300 en 2350 kilometer lang is. Vanaf nu ga ik naar huis lopen dus, al moet ik het niet onderschatten. Het blijft een heel eind en iedere dag is er om van te genieten. Iedere dag is er één en nu het lopen niet meer gepaard gaat met pijn is het een genot. Ik loop voor de lol 30 kilometer per dag, dagen achter elkaar.
Mijn ontbijt nuttig ik op een bankje op het dorpsplein naast de kerk. Lekker stil en rustig na een zeer luidruchtige en warme nacht. Gelukkig ben ik weer aan de wandel en ik ga na een vlak stuk weer de heuvels in. Ik kom een Nederlandse jongen en twee meisjes tegen die een stuk van een GR lopen. Met z'n drieën op wandelvakantie, ook gezellig. Gedurende 2 kilometer babbel ik wat met de jongen. Ze wensen me succes en ik vervolg mijn route over kleine Franse weggetjes.
Om in Rocamadour te geraken probeer ik een stukje van de GR46 te lopen. Het is maar een klein stukje, maar met vermoedelijk een spectaculaire aankomst. Dit fijne plan wordt na enkele kilometers gedwarsboomd door een verbod op het lopen op dit stuk van de GR. Zo te zien loopt het pad in een boog om een ravijn heen en ik denk dat dat iets té gevaarlijk is geworden. Jammer, dan maar over de gewone weg.
Aan de vele campings en standjes met prullaria af te meten nader ik Rocamadour snel. Even later kom ik via een steile afdaling in het onderste deel uit van het uit drie lagen tegen de bergwand aangeplakte stadje. Een pittoresk straatje met alleen maar toeristen en souvenirwinkeltjes. Deze pelgrim lijkt een mooie aanvulling op al dit toeristisch geweld.
Via een trap met enorm veel treden en inmiddels ook geplaveid met mijn zweet loop ik naar iets hoger gelegen heilige deel. Hier liggen de basiliek en de kapel. Als ik om een stempel vraag word ik enthousiast ontvangen door een broeder. Hij biedt me een colaatje aan en is bijzonder geïnteresseerd in mijn pelgrimage. In afwisselend Frans en Engels praten we lange tijd over mijn tocht, mijn redenen, God en het geloof. Een erg leuk en interessant gesprek met een broeder die ongeveer van mijn leeftijd zal zijn. Na een tijdje nemen we plaats in een kapelletje waar hij toezicht houdt, om afgewisseld te worden door een andere broeder. Hij is ook ongeveer van mijn leeftijd en ik praat vrolijk verder. Hij heeft een groot deel van de tocht zelf ook gelopen. Een keer vanaf Roncesvalles en één keer vanaf Parijs. Hij weet waar ik het over heb en noemt me na verloop van tijd ‘un vrai pélerin'. Een echte pelgrim, leuk om te horen.
Na al dit leuks ga ik maar eens op zoek naar een slaapplaats. Ik heb vandaag absoluut geen zin in een schreeuw- en herriecamping en zoek dus een goedkoop hotel in het stadje. Zo heb ik ook even de tijd om hier te ‘zijn'. Kan ik vanavond even lekker uit eten en naar de mis om 21u00. Dat lijkt me wel even op zijn plaats. Voor 160 Francs heb ik een kamer met uitzicht over het ravijn waar Rocamadour over uitkijkt. Ik douche even, lees de krant en ga even boodschappen doen. Dat blijkt nog verdraaid lastig in zo'n toeristisch plaatsje. Tussen alle prullaria weet ik in ieder geval een appel te vinden ...
Om 19u00 zoek ik een restaurantje om een lekker menu te gaan eten. Ik doe overal extra zout op, om mijn vocht een beetje vast te houden. Het is en blijft warm overdag. Na het avondeten koop ik nog wat ansichtkaarten en loop weer tegen de twee broeders aan op mijn weg naar de avondmis. De mis is sober en rustig, geleid door één priester en aangehoord door circa 40 toehoorders. Ik ben naar het lijkt de enige niet Franse. In grote lijnen kan ik het volgen, maar meer nog geniet ik van het ‘erbij zijn'.
Als ik na de mis weer plaatsneem op een terrasje voor een cappuccino en voor het schrijven van de kaarten, komen de broeders weer langs. Er is geen ontkomen aan hier. Pierre-Louis belooft mij morgenvroeg om 07u00 uitgeleide te doen. Dat is aardig van hem en speciaal. Op mijn hotelkamertje neem ik nogmaals een douche en bij het inpakken breekt het klamme zweet me uit. Ik denk dat ik een beetje last heb van de warmte hier op de kamer en de geleverde inspanning vandaag. Ik kan de slaap maar niet vatten. Misschien slaap ik wel lekkerder in mijn tentje, maar die kan ik nu niet opzetten. Is de kamer te klein voor en ze zullen niet blij zijn met haringen in de vloer...
Bernadette Soubirous , beter bekend als Bernadette van Lourdes , woonde van 1866 tot haar dood in het klooster van Saint-Gildars in Nevers. Haar (intacte) lichaam ligt er opgebaard in een glazen schrijn.
Vézelay ligt aan de Cure en is gebouwd tegen de beschermde, 300 meter hoge heuvel, la colline Eternelle , met bovenop de al eveneens beschermde abdijkerk van Ste. Madeleine. Vézelay telt 507 inwoners. Behalve La Madeleine , op de heuvel, staat hier ook het kerkje van Saint-Père aan de voet van de heuvel, in de gemeente Saint-Père(-sous-Vézelay). Met de bouw daarvan werd begonnen rond 1200. Het zeer zuivere kerkje vertoont alle stijlveranderingen van de 13e tot de 15e eeuw.
De naam van de stad Nevers in de Gallo-Romeinse tijd was Noviodunum Aeduorum. Later werd dit veranderd in Nebirnum. Er zijn uit deze periode veel medailles en andere voorwerpen gevonden in Nevers. Julius Caesar vestigde er een opslagplaats voor proviand en legerbenodigdheden. Ook werden er gevangenen ondergebracht. In 52 v.Chr. begon hier de strijd met de opstandige Aedui.
In de vijfde eeuw werd Nevers een bisschopszetel. De wereldlijke heerschappij van de hertogen dateert van het begin van de 10e eeuw. In de 14e eeuw was er korte tijd een universiteit gevestigd in Nevers. Deze was hierheen verplaatst vanuit Orléans en keerde daar ook weer terug. De Nivernais was een zelfstandige Franse provincie tot bij het einde van het Ancien Regime.
In de 16e eeuw werd Ludovico Gonzaga hertog van de stad. Hij haalde Italiaanse pottenbakkers naar de stad en legde daarmee de basis voor de faience -industrie. Nog steeds wordt er in Nevers aardewerk vervaardigd, zij het op kleine schaal.

Rocamadour is een stad in Frankrijk, in het Centraal Massief, departement Lot. De stad is na Lourdes de meest bezochte bedevaartsplaats van Frankrijk.
De stad is gebouwd op een rots midden in de Causse de Gramat, een uitgestrekt leisteenplateau en onderdeel van de Causses du Quercy. Boven op de rots ligt een burcht. Via een slingerend pad (of een lift voor de mindervaliden) kan men het heiligdom bereiken, een reeks van kapellen met fresco 's en een kerk. Via een trap, waarin vele fossielen van mariene herkomst zichtbaar zijn, komt men onderaan de berg. Daar ligt het zeer toeristische stadje met zijn nauwe straatjes.
De naam van deze heilige plaats is van het Occitaanse 'roc amator'; de rots van Amadour. Deze rots is in de vroege middeleeuwen uitgekozen door een Sint Amadour als woonplaats.
Sint Amadour leidde een kluizenaarsbestaan en wordt in een legende geïdentificeerd met Zacheüs, een leerling van Jezus. Hij is ook de man van Sint Veronica, met wie hij samen vanuit het Heilige Land hier naartoe vluchtte.
In de 12e eeuw werd het lichaam van Sint Amadour nog geheel intact en onaangetast aangetroffen in een tombe in de bergwand. Het lichaam werd in de kapel gelegd waar men vervolgens op zijn wederopstanding wachtte, die echter niet kwam. Later is het lichaam door de protestanten tijdens een van de vele godsdienstoorlogen verbrand.
Rocamadour werd een zeer populaire bedevaartsplaats op de weg van Noord-Europa naar Santiago de Compostella. Veel bekende mensen kwamen naar Rocamadour op pelgrimstocht, waaronder koning Lodewijk de Heilige en Hendrik III van Engeland die in Rocamadour op wonderbaarlijke wijze genezen zou zijn van een ziekte.
Naast de tombe van St. Amadour is de Zwarte Madonna van Rocamadour een belangrijke reden voor een pelgrimsbezoek.
De Dordogne ligt op de westelijke uitlopers van het Massif Central en bestaat voor het grootste gedeelte uit een kalksteenplateau (Causse Périgordien) dat een dikte bereikt van enkele honderden meters. Door inkrimping en bewegingen van de aarde zijn er in de kalksteenkorst vele natuurlijke grotten ontstaan met fantastische druipsteenformaties en prehistorische tekeningen.
Door de vele rivieren in dit gebied, waaronder de Dordogne, zijn er valleien ontstaan met een zeer vruchtbare sliblaag, waar zich de belangrijkste economische activiteiten, vooral op agrarisch gebied, afspelen. De Dordogne is met ca. 472 kilometer lengte een van de langste rivieren van Frankrijk en bovendien een van de weinige rivieren in Frankrijk met een nog grotendeels natuurlijke loop. De Dordogne ontspringt op de noordflank van de hoogste top van de Auvergne, de Puy de Sancy (1886 m), op 1680 meter hoogte, voortkomend uit de riviertjes Dorde en Dogne. De twee grootste zijrivieren van de Dordogne zijn de Isle en de Vézère. Vanaf het Massif Central stroomt de rivier door de departementen Puy-de-Dôme, Corrèze, Dordogne en Gironde naar de Atlantische Oceaan.
Het hoogste punt van de Dordogne (478 m) ligt in het Forêt de Vieillecour, ten noordwesten van Saint-Pierre-de-Frugie.

Soms kan ik zitten dromen van hoe de aarde was ik zie de sterke bomen het ongeschonden gras ik loop op blote voeten doorheen mijn lieve droom ik voel mijzelf een beetje gras en ook een beetje boom de dagen zijn zo helder en prachtig is de nacht ik slaap met duizend sterren de grond is warm en zacht het daglicht kust me wakker ik drink wat uit een beek ik hoef niet naar de bakker voor een broodje of 'n cake ik klauter op de bergen ik draaf wat langs de zee ik hoor de kikkers kwaken in plaats van de TV ik heb geen enkele ballast ik heb niet eens een fiets ik ben een mens, gewoon een mens en heb goddank nog niets ik ben ook niet zo pienter heb maar een klein verstand maar voel mij ergens dag en nacht geborgen in Zijn hand Toon Hermans
PAP
De toestand waarin men geen pap meer kan zeggen is te prefereren boven die waarin men dat alleen nog maar kan Jules Deelder
