Rocamadour - St Jean Pied de Port (F)
18 dagen / 10 augustus 1997 - 27 augustus 1997 / 459 km / 1630 km totaal
GLIMLACH
Ik voel me hyper super grandioos vandaag ik merk dat ik een glimlach op mijn lippen draag dat is geen jas, geen stippeldas geen kledingstuk nee, nee, een glimlach heeft te maken met geluk
Toon Hermans

--------------------------------------------------------------------------------
Zondag 10 augustus 1997
Rocamadour – Labastide Murat 26 km (1197 km)
Morgen is er weer post. Een leuke gedachte na een enorm korte en warme nacht. Toen ik eenmaal in slaap was gevallen ging het prima. Als ik even voor 07u00 het hotel uitloop komt Pierre-Louis mij al tegemoet. We begroeten elkaar en hij loopt ongeveer één kilometer met me mee. Bij het afscheid wenst hij me succes en vraagt me voor hem te bidden in Santiago. Dat zal ik doen en hij doet dat ook voor mij.
Het is alweer ontzettend warm en ik probeer Montfaucon te bereiken voor 12u00, voornamelijk om drinken te kunnen kopen. Het is vandaag zondag, maar de meeste winkels zijn tot 12u00 wel open. Onderweg probeer ik een stukje GR te lopen. Dat gaat maar moeizaam en dan ineens helemaal niet meer. De tekens zijn vervaagd en de route voert me over weggetjes die niet op de kaart staan. Dit schept zoveel onduidelijkheid dat de weg naar Montfaucon daarmee 3 kilometer langer wordt.
Onderweg voel ik me wel een beetje gehaast door mijn tijdgebonden voornemen. Het blijkt overbodig, de enige winkel in het dorp is de hele dag open. Op een terrasje geniet ik van een ijskoude cola en op een bankje bij de jeu-de-boule baan van mijn lunch, weer met cola. Het is niet goed alle dagen zoveel cola te drinken, maar op dagen als deze kan het best. Het lest de dorst en zit boordevol energie. Ik laat het me goed smaken.
De laatste kilometertjes wegen weer zwaar door het vele drinken dat ik bij me heb. Het is wél erg nuttig gewicht met deze warmte. Ik kan natuurlijk ook gewoon water gaan drinken, maar dat is saai en smaakloos. De camping municipal is een soort stadsparkje, gelegen op een kruispunt van twee drukke wegen en daarmee niet erg rustig. Er is echter geen toezicht en de overnachting is dan ook gratis, dat scheelt dan weer.
De laatste paar warme dagen heb ik in dank met veel zweet aanvaard en vanavond word ik dan ook beloond met een afkoelend hevig onweer en stromende regen. Ik heb een rotsvast vertrouwen in mijn tent en slaap er in ieder geval niet minder om. Ik slaap wel iets minder door voortdurend langsrazende auto's.
--------------------------------------------------------------------------------
Maandag 11 augustus 1997
Labastide Murat - Cahors 32 km (1229 km)
Ik heb lang uitgezien naar deze dag, aankomen in Cahors. Ik krijg er weer post en beleef een rustdag. Mijn ‘uitzien naar' wordt beloond met hevige regen als ik wakker word, weer vergezeld van onweer. Om even voor 06u00 als het even droog is maar nog wel donker, begin ik al met inpakken. Ik zal nog even moeten wachten, want het is nog te donker om te gaan lopen. In de schemering, zo rond 06u30, vertrek ik in weer naderend onweer. Het maakt me een beetje nerveus. Hier blijven wachten is ook geen optie, het onweer kan wel de hele dag gaan duren. Ik verander mijn route iets waardoor ik in eerste instantie van het onweer af loop en iets meer door bewoond gebied loop. Dat bewoonde is maar relatief, het is in ieder geval niet helemaal verlaten.
In onweer en regen baan ik me, full battle dress (compleet regenpak), een weg over kronkelige paadjes en door de bossen een weg naar Cahors. In gedachten ben ik al bezig met het vervolg na Cahors. Ik wil op 21 augustus in Pau zijn, dan komt Arthur langs. Daarbij heeft de broeder in Rocamadour me verteld dat een tocht langs Lourdes, als pelgrim, ook wel bijzonder is. Ik worstel met de vraag of ik dat wel zal halen. De wereld vóór me is mij onbekend en is vol onzekerheden. Als ik die onzekerheid kan omzetten in een nieuwsgierig verlangen om te weten wat er komen gaat, dan wordt het interessanter en leuker.
De rest van de route naar Cahors blijft het regenen. Als ik in Cahors ben wandel ik langs de kathedraal, maar ik kan er geen stempel vinden. Dan maar langs de VVV, wat eten en de post ophalen. Helaas zit mijn zonnebril die opgestuurd zou worden er nog niet bij, wel 9 brieven. Op een terrasje schrijf ik iedereen een kaartje terug en weer begint het enorm te regenen, wat menig toerist in verwarring brengt en nat maakt.
Na een korte blik op de camping, die zeiknat is en omgeven door drukke wegen, besluit ik in de jeugdherberg te overnachten. Laat het maar regenen, ik zit vannacht droog. In de jeugdherberg laat ik me een stokbroodje en wat fruit goed smaken, lees de Volkskrant van zaterdag en plan gedeeltelijk de route naar Lourdes met twee nieuwe kaarten. Handig als je steeds de route verlegt, dan blijk ik steeds teveel van mijn kaarten te hebben afgeknipt. Kan ik wéér nieuwe kopen.
Dit plannen stelt me gerust. Dat wat ik van plan ben is in 7 dagen goed te lopen. Ik besluit hierbij ook om in Moissac een rustdag te nemen en die in Cahors over te slaan. De rust die ik wil, hebben ze hier niet. Bovendien is alles, inclusief de camping, doornat. Eerst maar eens 2 dagen drooglopen.
--------------------------------------------------------------------------------
Dinsdag 12 augustus 1997
Cahors – Castelnau Montratier 25 km (1254 km)
Het is vanmorgen weer droog. Ik ontbijt in de jeugdherberg, waar je je net als in andere jeugdherbergen niet al teveel van moet voorstellen, en wandel om 08u00 de stad in. Eerst even langs de kathedraal voor een stempel. Die blijkt pas om 09u00 open. Dan eerst maar een krantje kopen en koffie drinken. Daarna met bonzend hart weer naar het postkantoor. Gelukkig is mijn bril er en er zijn ook nog wat brieven. De resterende nakomende post laat ik naar Lourdes sturen.
Bij de presbytiere krijg ik een stempel en er wordt me geluk gewenst met het vervolg van mijn weg. Ik ben blij dat het me alsnog gelukt is deze te krijgen. Als ik dan eindelijk de stad uit loop kom ik langs een kapper en laat ondertussen mijn haar nog even millimeteren. Lekker fris, lekker handig. Als ik weer naar buiten wandel kom ik een Duits echtpaar tegen dat vertwijfeld op zoek is naar de GR richting Moissac. Het is wat lastig te vinden hier met al die wegen in de stad. Ze lopen de Chemin de Saint Jacques in etappes verdeeld over meerdere jaren. Lijkt me dat je dan moeilijk het gevoel krijgt ‘onderweg te zijn'. Het is gewoon anders.
Ik weet zelf uiteindelijk ook de GR65 te vinden en volg deze een stuk. Het is een koeienpaadje recht over de heuvels. Dat moet niet de hele dag zo gaan zeg. Het pad loopt soms recht tegen de heuvel op, over losliggende keien. Eigenlijk heb ik niet zo veel zin meer om te lopen. Onafgebroken 15 dagen lopen, gemiddeld meer dan 30 kilometer per dag, vraagt om rust. Fysiek gaat het wel, maar vooral mentaal is het wat veel. Een loopdag is eigenlijk enorm druk, er moet veel gebeuren op zo'n dag en dan schiet de schrijverij er vaak bij in. Ik wil juist wat meer tijd inruimen om te zitten en te schrijven.
In Castelnau nestel ik me op de camping en verplaats mijn tent een keertje, omdat ik op een nest uitvliegende mieren sta. Dat ze vliegen is prima, maar liever niet mijn tent in.
--------------------------------------------------------------------------------
Woensdag 13 augustus 1997
Castelnau Montratier - Moissac 35 km (1289 km)
Vandaag loop ik 35 kilometer door een rivierdal zonder dat ik dorpjes tegenkom. Het wordt vandaag warm en dus neem ik 3 liter water mee, in kleine flesjes verdeeld over de rugzak. Het landschap is prachtig. Rondom het riviertje is het geheel vlak en het bruist van de activiteit. Er staan continue huizen, zowel op de vlakte als tegen de heuvels aan. Er is veel landbouw, vooral maïs en er staan veel fruitbomen. De dag verstrijkt zonder al te veel te zingen. Ik denk aan van alles en nog wat, niets vastomlijnds.
In de loop van de dag begin ik wat last te krijgen van mijn rechterbeen. Ik voel mijn enkel, kuit en knie. Uiteindelijk haal ik (natuurlijk) Moissac. Een mooie plaats met een enorme kerk (de St. Pierre), een klooster en een Eglise de Saint Jacques. Moissac is een belangrijk knooppunt op de GR 65, de Chemin de Saint Jacques, van Le Puy naar Saint Jean Pied de Port. In de Eglise de Saint Jacques is een museum gevestigd. De St. Pierre is een prachtige kerk met een mooie timpaan boven de ingang en mooi beschilderde binnenkant. Het lijkt zo net of er een behangetje op de muur zit.
Ik drentel naar de camping en vind tussen groene haagjes een rustig plekje aan het bruine water. 's Middags drentel ik terug naar de stad en koop wat ansichten en eet wat. Morgen een rustdag. Lekker uitslapen en rommelen.
-------------------------------------------------------------------------------
Donderdag 14 augustus 1997
Rustdag Moissac
Ik heb genoten van het blijven liggen tot 08u30. Rustig ontbeten, kleren gewassen, kaartjes geschreven aan de mensen die mij geschreven hebben en naar de stad gelopen. Tussen het bezoeken van de St. Pierre en het museum van St. Jacques eet ik wat op een terrasje. Het idee dat het om een museum van Sint Jacobus gaat ben ik gauw kwijt als ik merk dat het alleen maar om Moissac gaat. Ik ben er zo doorheen. De naam doet anders vermoeden.
Op de camping tracht ik mijn tijd aangenaam door te brengen. Het is erg warm en zelfs nietsdoen gaat met zweten gepaard. Ik laat me vertellen dat het met 45 graden de warmste dag sinds jaren is. Ik kijk een beetje op tegen de nacht. Er lopen wat beesten langs de waterkant en dat is precies waar mijn tent staat. Dan ben ik maar liever alleen.
--------------------------------------------------------------------------------
Vrijdag 15 augustus 1997
Moissac – Lavit 28 km (1317 km)
Inderdaad slecht geslapen vannacht. Inpakken en wegwezen dus, weer onderweg. Via een variant op de GR65 loop ik weg van Moissac langs de Garonne. Links water, rechts water. Dat duurt zo een aantal kilometers over dit weggetje, dat niet op de kaart staat. Ik loop onder de brug door die ik eigenlijk had moeten nemen om de Garonne over te steken. Misschien ook maar beter zo, anders liep ik over een N-weg. Dan maar een beetje omlopen, maar een stuk rustiger en veiliger. Even later steek ik de Garonne over via de volgende brug. Zo komt het toch weer goed.
Vandaag heb ik niet zoveel zin om te lopen. Allereerst omdat het compleet bewolkt is. Op zich wel lekker zonder die felle zon, maar de vrolijkheid is er wel een beetje af. Daarnaast ben ik wat té gefocust op kilometers maken. Nog 6 dagen tot Pau.
Bijna de hele dag is vlak, eerst langs de Garonne en later langs een ander, kleiner riviertje. Beiden zijn omgeven door fruitteelt en andere tuinbouw. Naarmate ik meer richting Lavit kom zijn er meer zonnebloemen. Het is echter hun tijd niet meer, ze laten het koppie allemaal hangen. Het biedt een beetje een troosteloze aanblik.
In Lavit bezoek ik de kerk en steek een kaarsje aan, voor alles en iedereen, én mezelf. Het is een mooie kerk met veel beschilderingen, zowel op muur als plafond. Op een terrasje aan de cola ben ik in afwachting van de winkelopening van 15u00. Nu weet ik dat het 15 augustus is en een feestdag. Waarom en voor wie weet ik niet, feit is wel dat de winkel niet opengaat. Geen boodschappen dus. Ik blijf maar even op het terrasje zitten voor nog een cola en een stokbroodje. Deze dag kom ik ook wel door. Ik heb nog een gevriesdroogde maaltijd en water is overal. Morgen om 07u30 lig ik gewoon voor de deur voor m'n ontbijtje.
--------------------------------------------------------------------------------
Zaterdag 16 augustus 1997
Lavit - Fleurance 30 km (1347 km)
Goed geslapen vannacht, zelfs met onweer. Terwijl de wind hevig een mijn tentje trok was ik verzeild in geruststellende dromen om met een fris en tevreden gevoel wakker te worden. Ik droom bijna iedere nacht en nog goed ook. Ik zou willen dat ik nog vaker van die leuke en goede dromen had, daar word je vrolijk van.
Voor de nodige boodschappen loop ik even na 07u00 het dorpje in. Bij de bakker haal ik croissants en stokbrood, bij de supermarkt yoghurt, fruit en wat andere spullen voor de dag. Prima zo. Liefst neem ik niet teveel mee, maar ik laat me een beetje leiden door de ervaring van gisteren. Voor het gemak neem ik maar aan dat niet ook vandaag een feestdag is.
Onder een licht druppelende en bedekte hemel loop ik de Franse lappendeken weer op. Het landschap is glooiend en bezaaid met velden mais en zonnebloemen, doorsneden met weggetjes en her en der geplaatste boerderijen en huizen. Het biedt een speelse en vrolijke aanblik. Door de bewolking is het (nog) niet al te warm en dat mag wel even zo blijven. Onderweg kom ik een paar schilderachtige plaatsjes tegen, schijnbaar zonder bewoners. De meeste Fransen verschuilen zich overdag achter gesloten luiken van hun huis voor alles wat er buiten is. Ook voor mij dus.
Ik heb er weer zin in vandaag. De ‘stap voor stap' gedachte en ‘iedere dag is er één' zit er weer goed in. De kilometers gaan net zo snel als iedere andere dag, maar ze voelen prettiger. In Saint Clar drink ik wat op een terrasje en kijk wat naar de Fransen. Ik heb het idee dat hier al wat Spaanse invloeden zichtbaar zijn, in taal en handelen. Manjana, manjana. Rustig aan dus.
Even na Saint Clar geniet ik in het gras van de lunch. Het is al wat laat voor de lunch maar mijn been en rug vragen even om rust. Ik heb blijkbaar wat scheef gelegen en daardoor last van mijn rug. Zo'n hele dag met een rugzak lopen doet daar geen goed aan.
In rap tempo loop ik de laatste 10 kilometer naar de camping, vlak voor Fleurance. Dit had minder goed kunnen gaan, want 200 meter vóór de camping ligt de splitsing van de weg van morgen, naar Auch. In het zonnetje en bij 30 graden zet ik de tent op een lekker rustig plekje. Ik ga zo eerst nog de stad in en als ik terugkom staat mijn tentje vast wel in de schaduw.
In Fleurance doe ik genoeg boodschappen, in de wetenschap dat het morgen zondag is, en ik lees de Telegraaf op een terrasje. Ik wandel even door de kerk, maar vind daar geen rust. Er zijn wat mensen aan het werk. Op de camping is wel rust en daar slaap ik wat, lees wat, plan wat, was wat en eet wat. Het gebruikelijke.
--------------------------------------------------------------------------------
Zondag 17 augustus 1997
Fleurance - Auch 28 km (1375 km)
Weer een fantastische nacht gehad met een naar het lijkt werkelijk beleefde droom. Dat doet me wakker worden in een soort schijnwerkelijkheid.
De kilometers naar Auch gaan maar langzaam, op zoek naar het onbekende. Als ik er ben kan ik een zaterdagkrant kopen, uit eten gaan en een stempel halen. Ik maak het mezelf weer aardig lastig geloof ik.
De route is weer prachtig, glooiend en vol met zonnebloemen. Via enkele kleine plaatsjes, een stukje GR met een mooi wegkruis en een zondagmarkt met buitenissig duur drop bereik ik Auch. Het Auch waar ik om 13u00 mijn middageten nuttig, een krantje koop en de kathedraal bezoek. Naar het schijnt een van de laatst gebouwde kathedralen in Frankrijk en imposant groot. In iedere nis bevindt zich een enorm schilderij met een beeltenis van het stervensverhaal van Christus, en is met veel marmer omgeven. Bij het enorme houten koor krijg ik een stempel. Ik blijf een half uurtje in de kathedraal zitten, gewoon om even te zitten.
De camping is lekker rustig, behalve dat Fransen het erg gezellig vinden om dicht bij iemand anders te gaan staan. Maakt me niet uit, ik ga morgen weer weg.
--------------------------------------------------------------------------------
Maandag 18 augustus 1997
Auch – Miélan 43 km (1418 km)
In eerste instantie zag ik er een beetje tegenop om vandaag weer te gaan lopen. Ik merk dat het mentaal lastig is soms, ik raak een beetje uitgedacht. Daarnaast is er fysiek altijd wel een pijntje van de dag. Mijn moeder raadde me aan om maar eens even nergens aan te denken dan. Dat is misschien wel een goed idee, denk ik.
Ik ben blijkbaar vrij optimistisch geweest bij het maken van mijn etappeschema. Zo laat ik me vaak, uit praktische overwegingen natuurlijk, leiden door de campings op de route. Dat maakt de dagafstand van vandaag behoorlijk en die van morgen ook. De nadruk ligt vandaag en morgen dan ook op de lange adem en mezelf vooral niet te forceren.
Het lopen door het land neemt wat meer kilometers dan de op de kaart rood gemarkeerde wegen. Deze zijn echter veel te druk. Bijna de hele dag loop ik door min of meer bewoond gebied. Dat zorgt voor afwisseling. In Mirande, na 25 kilometer, eet ik wat. Dat hoef ik vanavond niet meer te regelen in ieder geval. De laatste kilometers naar de 40 gaan vrij snel, met nog een rustpauze tussendoor.
In Miélan aangekomen blijkt dat de camping helaas weer 2 kilometer terug is. Dat heb ik even gemist. Ik doe maar vast boodschappen en heb de smoor in. Dat zijn mooi loze kilometers heen en terug naar de camping. Aangekomen op de camping blijk ik ook nog eens maar liefst 80 frank te moeten betalen voor een plek. Dat is 27 gulden. Voor een tent en 1 persoon. Nadat ik mijn beklag heb gedaan over deze absurde prijs hoef ik maar 50 frank te betalen. Nog veel, maar iets redelijker. Ik weet nog net mijn tent op te zetten voordat er een enorme onweersbui losbarst. Gedurende zeker 1 uur regent het enorm hard. Helaas heb ik de tent opgezet terwijl ie nog nat was, wat betekent dat ie helemaal niet waterdicht is. Gelukkig weet de binnentent het binnendringende water tegen te houden geholpen door mijn gekochte krant. Morgen maar even de tent drogen onderweg.
Bij het washok raak ik in gesprek met een Nederlandse mevrouw die me uitnodigt voor de koffie die avond. Ze is, samen met haar man en dochtertje, bijzonder geïnteresseerd in mijn onderneming. Onder het genot van een bak koffie en later een biertje geef ik antwoord op al hun vragen. Het is leuk om dit aan anderen te vertellen en het is een gezellige avond.
In mijn tent blijkt alles vochtig, maar niet zeiknat gelukkig. De slaapzak is in ieder geval nog helemaal droog, dat is het belangrijkst. Die had ik in een waterdichte zak gedaan, zoals ik dat altijd doe als ik er zelf niet in lig.
--------------------------------------------------------------------------------
Dinsdag 19 augustus 1997
Miélan - Tarbes 40 km (1458 km)
Na de eerste 3 kilometer gelopen te hebben haal ik een lekker vers ontbijtje in het dorp. Het wordt weer een lange dag vandaag en dat vraagt om een goede voorbereiding en eten voor onderweg.
Tussen Miélan en Tarbes is er geen ideale lijn. De route slingert zich onregelmatig door het landschap. Door een rustig binnenland met dorpjes en losse huizen wandel ik voort. Het beetje zin dat ik heb wordt gevormd door de gedachte aan het vooruitkomen, weer een dagje.
Het is, na wat bewolking in de ochtend, weer uitzinnig warm en zonnig vandaag. In een ontzettend klein dorpje vind ik wat verkoeling in een bar, met een colaatje. De heer des huizes brabbelt wat in een onverstaanbare mengeling van Frans en Spaans. Ik knik vriendelijk, maar versta er geen bal van. Best gezellig hier.
In Tarbes bezoek ik de VVV waar ze me vriendelijk melden dat hier géén camping is en dat de volgende 8 kilometer verderop is. Dat is zelfs mij wat te ver. Na ampel overleg, met mezelf, besluit ik een hotelletje te nemen in het centrum. Niet al te duur en middenin de stad. Dan krijg ik daar ook wat van mee. Mijn avondeten is een afhaalpizza die ik op een stukje gras in de stad nuttig. Zo ben ik niet al te duur uit. Rond 19u00 zetel ik me op mijn kamer, lees de krant, douche en schrijf wat. In de loop van de avond worden mijn activiteiten opgeluisterd met Zuid-Amerikaanse muziek, dat live vanuit het naastgelegen plein de kamer in schalt. Ook deze ontmoeting met een echt bed is wat onwennig, ditmaal door de muziek. Ik vat pas laat de slaap.
--------------------------------------------------------------------------------
Woensdag 20 augustus 1997
Tarbes – Betharram 36 km (1494 km)
Klokslag 07u00 verlaat ik het hotel om ‘de dag van Lourdes' te gaan beleven. Wandelend over de Route Nationale passeer ik een McDonald's en een boulanger en geniet zo van een verse jus d'orange én een verse croissant. Daarna verlaat ik zo snel mogelijk de grote weg om via het binnenland naar Lourdes te lopen. Dat levert me wel een klim op van circa 600 meter, om bovenop getrakteerd te worden op een magnifiek uitzicht. Lourdes ligt in het dal met de Pyreneeëncols op de achtergrond, beiden zonovergoten.
In Lourdes is het, zoals verwacht, erg druk. Toerisme viert hier hoogtij. Ik begin mijn bezoek aan Lourdes met een hapje eten en zie de Nederlanders van de camping in Miélan langsrijden. Met de auto is het maar een klein stukje. Ze hadden me wel een lift willen geven, maar die heb ik vriendelijk doch resoluut afgeslagen De lasagne houdt niet over, in smaak noch hoeveelheid. Ik heb de laatste dagen toch al niet zo'n eetlust en dit doet dat geen goed.
Met mijn rugzak op wandel ik naar dé grot en ik ben niet de enige. Er begeeft zich een enorme mensenmassa naartoe. Onder de imposant grote kerk ligt de grot waar Bernadette de verschijningen heeft gehad. Tegen betaling mag je een kaars pakken en 100 meter verder weer neerleggen. Het zijn er vermoedelijk teveel om continue aan te steken, dan zou Lourdes in één grote zwarte walm verdwijnen. Ze hadden wat mij betreft wel wat creatievers kunnen verzinnen, want zoals dit gaat is onzinnig. Tóch verplaats ik ook even een kaars tegen betaling, om mijn steentje er maar aan bijgedragen te hebben.
Tussen de mensen die jerrycans voltanken met Lourderswater dat uit de kranen stroomt, vul ik mijn bidonnetjes. Dat zal best lekker lopen, dat Lourdeswater. Ik ga even tegenover de grot zitten om het gebeuren te aanschouwen. Velen zijn verzonken in gebed, geknield of staand. Op het oog gezonde en zichtbaar minder gezonde mensen lopen door de grot en strelen de wanden. Of je erin gelooft is aan jezelf, maar het is indrukwekkend om te zien.
Bij de informatiebalie haal ik een stempel. Er werkt een Nederlandse jongen die dit 3 weken doet als vrijwilligerswerk. Even een praatje gemaakt.
Rond 15u00 begint het boven Lourdes te donderen en ik begin me weer wat ongemakkelijk te voelen. Het gaat onweren en ik wil tenminste nog 10 kilometer verder lopen. Om mezelf een enigszins veilig gevoel te geven besluit ik niet door het bos te wandelen maar langs de Route Departementale. Een schijnveiligheid want op deze weg is het stikdruk. Behoedzaam leg ik de 10 kilometer naar St. Pé af, het onweer het nakijken gevend. In St. Pé informeer ik naar de camping van zo'n 3 kilometer verderop. Vlakbij de ingang van de Grottes de Bétharram is een camping á la Ferme. Mooi! Nu even boodschappen doen en gaan, het is al 17u00 geweest.
De camping is lekker rustig. Ik heb al warm gegeten vandaag en eet een stokbroodje als avondeten, terwijl de laatste bezoekers de grot verlaten. Lijkt me interessant om ook te gaan zien en dat kan misschien ook nog wel. Als mijn tent om 19u00 staat betrekt de lucht weer en komen gendarmes me zelfs waarschuwen voor naderend onweer. Dat maakt me wéér nerveus, terwijl ik me realiseer dat ik al zo vaak onweer heb gehad dat dit niet veel anders of erger kan zijn. Ik blijk gelijk te hebben, het valt best mee.
--------------------------------------------------------------------------------
Donderdag 21 augustus 1997
Betharram – Pau 30 km (1524 km)
Vandaag komt Arthur, een goede vriend van me, langs. Die gedachte maakt de dag bijzonder. Hij komt helemaal met de auto vanuit Nederland heen en weer om een dagje met me op te trekken.
Via L'Estelle de Betharam, een plaatsje waarvan ik nog steeds niet begrijp wat daar nu voor bijzonders te doen was, wandel ik over een weer redelijk drukke weg naar Pau. Niet echt inspirerend, maar er is weinig keuze. Pau is groot en heeft alleen al in haar voorsteden meer dan 200.000 mensen wonen. Via de stad, voor krant, VVV, eten en drinken loop ik over een oninteressant industrieterrein naar Camping du Coy. Het is een wat desolate omgeving, al probeert de camping met al zijn groen het goed te maken. De camping blijkt voornamelijk bevolkt door zigeuners. Ik heb de voorkeur voor een camping waar ook wat mobieler gasten komen (want zo mobiel blijken zigeuners niet in de praktijk, ondanks de wielen onder de wagen) dan heb je wat om naar te kijken en iemand om mee te praten. Dat is veel leuker en zeker voor een verblijf van 3 nachten. Terwijl ik door het troosteloze wijkje wandel komt Arthur me al toeterend tegemoet rijden. Dat is handig, ik wilde hem net gaan bellen. Het weerzien is meer dan gemiddeld prettig, na al die weken op mezelf en zonder bekenden. Samen rijden we naar een andere dichtbijgelegen camping en gezeten op meegebrachte stoeltjes praten we honderduit. Op ons gemak zetten we de tenten op en gaan we in de stad uit eten.
--------------------------------------------------------------------------------
Vrijdag 22 augustus 1997
Rustdag Pau
Het is prettig opstaan met het vooruitzicht van een nog gezelliger dag dan gister. Niet wandelen en goed gezelschap. Na een ontbijtje met de voor Arthur bekende krentebollen en milk & fruit stappen we in de auto naar Lourdes. Met ditmaal de verbazing van beiden aanschouwen we de taferelen. Zo ben je er nooit, zo twee keer in één week. Bij het postkantoor haal ik de post op. Die was ik eergisteren helemaal vergeten mee te nemen. Nog een geluk dat ik hier weer kom dan.
Met de auto gaan we langs de grotten. Weer zie ik de auto van de Nederlanders van de camping in Miélan. Grappig, zo zie je ze nooit… In de grotten is het lekker fris, zo'n 13 graden, en ze zijn indrukwekkend groot. Onder begeleiding van een gids daalt onze groep in de grotten af. Honderden meters en meer dan een uur lopen in de donkere buik van de berg. Prachtig, groots en een beetje onheilspellend.
Die avond eten we wat op de camping en onder het genot van witte wijn en kaarslicht wordt het erg laat.
--------------------------------------------------------------------------------
Zaterdag 23 augustus 1997
Rustdag Pau
Onder Arthur's ‘lang zal hij leven' open ik mijn tentje. Ik ben vandaag jarig. Hij hangt slingers op en feliciteert me. Van huis zijn enkele cadeaus en brieven meegenomen die ik met gezonde spanning uitpak. Van mijn ouders krijg ik vanavond een etentje aangeboden. Van mijn zus slingers voor aan de tent en een geurtje. Dat kan ik wel gebruiken, met al dat gewandel en gezweet. Het is bijzonder om op deze plek en in dit gezelschap te verjaren. Wie weet waar ik volgend jaar ben en wat ik dan doe.
Samen lopen we de stad in op zoek naar wat dingen die ik nodig heb. Uiteindelijk eindigen we natuurlijk op een terrasje, waar ik tussen de koffie en de cola door even naar huis bel. De middag brengen we in alle rust door op de camping, afgewisseld met goede gesprekken. In de loop van de avond gaan we weer naar de stad om te eten en geven een Duits echtpaar een lift. Ze hebben op de camping een ongelukje met de auto gehad en zijn nu even genoodzaakt om te gaan lopen. De man vindt het fantastisch wat ik aan het doen ben, hij kan er niet over uit. Hij vindt naar de stad lopen al heel wat.
Het eten vanavond is prima! Srilankaans, op voorstel van Arthur. Onder het genot van een fles rosé, Badoit bronwater en cola zitten we tot 00u30 te tafelen.
--------------------------------------------------------------------------------
Zondag 24 augustus 1997
Pau – Monein 23 km (1547 km)
Om even voor 07u00 sta ik op om mijn spullen te pakken. Vandaag ga ik weer alléén door. Ik zie er een beetje tegenop, weer alleen onderweg die onzekere wereld in. Tegelijk heb ik er ook weer zin in, nieuwsgierig naar wat er komen gaat. Ik kijk ernaar uit om op de Camino in Spanje te lopen.
Samen nuttigen we het ontbijt om dan tegen 09u00 met een ferme handdruk en omhelzing afscheid te nemen. Weer alleen wandel ik de stad uit over een té drukke en té saaie weg. Gelukkig is er een soort fietsstrook en zo waan ik me veilig voor het voortrazende verkeer. Betrekkelijk snel heb ik er weer zin in. Onderweg zijn is prachtig en als je eenmaal onderweg bent wil je niet anders meer.
Als ik even later de weg even kwijt blijk te zijn, wandel ik langs een boerderijtje en word er warm onthaald. Blijkbaar ziet de mevrouw weinig pelgrims en is ze nieuwsgierig naar mijn verhaal. Onder het genot van een koel drankje en wat meloen doe ik mijn verhaal. Mijn Frans blijkt toch heel aardig.
Na al dit gezelligs en het vragen van de juiste weg wandel ik weer door en kom uiteindelijk in Monein uit. Er staat een prachtige kerk, maar er is geen winkel open. Dan maar weer op een terrasje gaan zitten en daarna naar de camping. Ik breng de verdere middag in een soort half slapende toestand door. Ik ben kapot. In het schrijven van mijn dagboek heb ik even geen zin, dat doe ik morgen wel. Ik ben nieuwsgierig naar wat er komen gaat, naar de Camino in Spanje. Er zijn veel mensen dus er gebeurt in ieder geval wat. We zien wel. Eerst lekker slapen en morgen een rustige dag van 20 kilometer. Uitslapen dus.
--------------------------------------------------------------------------------
Maandag 25 augustus 1997
Monein - Navarrenx 20 km (1567 km)
Ik word een beetje met een triest gevoel wakker, een gevoel dat de rest van de dag bij me blijft. Gelukkig word ik laat wakker, dan is de dag met zijn triestheid wat korter. Kort daarna ben ik via de supermarkt en dus met een gevulde maag weer op pad, om er even later achter te komen dat ik beter alvast naar het toilet had kunnen gaan. Het toilet langs de kant van de weg blijkt gelukkig niet bezet.
De dag lijkt een eeuwigheid te duren. Een kwestie van onderschatting van de 20 kilometer. Het is toch weer 20 kilometer en ik ben betrekkelijk laat vertrokken voor mijn doen. Daar kan ik niet aan wennen.
Bij aankomst in Navarrenx blijkt het een oud vestingstadje te zijn, het eerste vestingstadje van Frankrijk. Op het terras van ‘Bar du Centre' eet ik een hapje, voor weinig. De dame achter de bar blijkt de lokale gite te beheren, dat is handig. De gite is een appartementje naast de bar met voldoende bedden, een tafel en een keuken. Dat is goed geregeld voor 35 frank. Ik schrijf die middag wat in mijn dagboek en stuur mijn in Pau gekochte VW Kevertje naar huis. Eindelijk ben ik voor wat betreft mijn dagboek bij de tijd.
Aan het einde van de dag wordt het aantal bewoners van de gite met 5 Duitsers uitgebreid naar 6 personen. Deze 5 vreemden, behorend tot 1 groep, vind ik niet zo'n leuk gezelschap. Laat mij dan maar alleen zitten. Om 18u30 ga ik naar de dagelijkse bijeenkomst met pelgrims in de presbytiere. Met 5 Duitsers, 1 Française en wat broeders nemen we plaats rond de tafel en drinken we, ervaringen uitwisselend, op de goede reis. De Duitse groep doet de route in 5 jaar, in 5 etappes. Dat lijkt me bijzonder lastig. Ieder jaar moet je er weer inkomen, lichamelijk en geestelijk. Van de Française krijg ik geen hoogte. Ze loopt met haar hond een beetje de route die haar invalt, bijvoorbeeld dwars door een maïsveld. Dat is wel weer eens wat anders. Ik denk dat ze daarmee wel iets verder zal lopen dan ik en ik ben benieuwd of ze ooit het einde zal halen. Het gaat haar blijkbaar om het onderweg zijn, daarvan krijgt ze dan genoeg.
Samen met de Duitsers eet ik wat brood en fruit in de gite en we gaan vroeg slapen. Morgen een lange dag naar Ostabat. Ik heb er zin in. Andere pelgrims tegenkomen en een mooie route. Sint Jacobus doet zijn intrede.
--------------------------------------------------------------------------------
Dinsdag 26 augustus 1997
Navarrenx – Ostabat 42 km (1609 km)
Als ik om 07u00 uur Navarrenx uitloop kom ik grappig genoeg de dame met de hond tegen. We kletsen wat en misschien moet ik het vooroordeel dat ik me gister gevormd heb herzien. Ze lijkt best aardig.
Na een paar kilometer besluit ik echter toch een andere route te nemen dan zij. Volgens de landkaart loop ik over de Chemin Historique de Saint Jacques. Deze Chemin wordt hier al aangegeven. Al na enkele honderden meters zie ik me, door modder en een niet meer rechtdoor lopende weg, genoodzaakt pas op de plaats te maken. Met behulp van mijn kompas tracht ik de goede weg te vinden, om even later weer bij wat routemarkeringen terecht te komen. De scheve stand van de bordjes doet weinig goeds vermoeden. Inderdaad, de Chemin Historique is een oude, naar het lijkt niet meer begaanbaar weg. Na ongeveer 3 kwartier proberen besluit ik terug te lopen om dan zo snel mogelijk de GR65 (Chemin de Saint Jacques) op te pakken.
Via een heerlijk normale D-weg loop ik naar Nabas waar ik een klein cafeetje tref met koffie uit een pannetje en smakend naar zeep, voor 5 frank. 5 frank teveel. Na Aroue, een plaatsje met een gite, na 18 kilometer, kom ik op een wel heel glibberig paadje van de GR terecht. Even later wint een grote hoeveelheid modder het weer van me en sla ik een naastgelegen pad langs een maïsveld in. Misschien kom ik hier de Française met de hond wel weer tegen.
De GR is hier duidelijk aangegeven en leidt via schitterende landweggetjes, onder steil klimmen en dalen, naar Point Gibraltar. Hier herinnert een monument aan het samenkomen van de routes van Tours, Vézelay en Le Puy. Vanaf hier zal ik vaker pelgrims gaan tegenkomen. Ik verheug me op komende ontmoetingen.
Vlak nadat ik het monument ben gepasseerd, zie ik een mooie, geheel kale heuvel, met bovenop een klein kapelletje. Ik houd er even stil en geniet van het schitterende uitzicht. Een weids landschap strekt zich links van mij uit, daar ben ik al geweest. Rechts van me zie ik de Pyreneeën waarachter Spanje ligt. Dat heb ik nog te gaan. Het is mooi en onheilspellend tegelijk. Na de heuvel is het slechts nog een kwestie van afdalen naar Ostabat. Daar kom ik tot mijn verbazing de Française met haar hond weer tegen en een Fransman die een dagje voor me liep.
Na het doen van wat kleine boodschappen in de lokale epicerie, besluit ik op het aanbod van de Française in te gaan en geniet ik van de door haar bereide salade. Sperziebonen, tomaten en sla uit de tuin van grandpère, samen met wat eieren en gekookte tonijn. Prima eten en een prima gesprek. De gite is rustig. We zijn maar met drie mensen en een hond. Mijn gedachten gaan uit naar morgen. De laatste dag in Frankrijk.
--------------------------------------------------------------------------------
Woensdag 27 augustus 1997
Ostabat – St. Jean Pied de Port 21 km (1630 km)
Het is wat lastig om vroeg te vetrekken vanuit een gite, tenminste als je niemand wilt storen. In het donker rommel ik met mijn spullen en dan vertrek ik. Via een mooi stukje GR loop ik in de richting van St. Jean Pied de Port. Ik word even in vertwijfeling gebracht als de GR de weg oversteekt. Hij is blijkbaar verlegd. Zo wandelend kruisen enkele grasvelden, maisvelden en landweggetjes mijn pad. Dit is een echte GR, wat wordt bevestigd als ik hem even later weer kwijtraak. Een GR lopen alleen op de markeringen en zonder routebeschrijving kan eigenlijk niet. Ik loop dan ook een stuk over de D-weg. Niet zo leuk, wel praktisch. Zeker na tussenkomst van een cafeetje waar ze ook (weer) cola schenken. Vlak vóór St. Jean neem ik weer de GR om zo via een oude poort het stadje binnen te lopen.
Het straatje onder de oude poort door voert me direct langs de nog dichte gite en even later zie ik een bordje van het Genootschap van Sint Jacob aan een gevel prijken. Het blijkt het kantoortje van Madame Debril te zijn. Contactpunt voor Santiagogangers. Ik maak even een praatje met haar en wordt verwezen naar twee lokale gites. Om te beginnen loop ik naar de wat grotere van de twee.
Het regent inmiddels al even, maar dat deert me niet als ik zo door het stadje loop. Net zo min als de vele toeristen me deren. Het is hier in St. Jean enorm druk, wat me wel een beetje tegenvalt. Ik stelde me het stadje voor als een rustig lieflijk plaatsje dat tegen de Pyreneeën is aangeplakt. Dat lieflijke en geplakte klopt wel, dat rustige niet.
De grote gite blijkt vol, alle plekken gereserveerd. Dan maar naar de kleinere. Het blijkt een kamertje van 2,5 bij 5 met 3 stapelbedden en een douche en wc. Niet echt ruim bemeten, maar wel een plek voor de nacht. Inmiddels hebben de Fransman en de Française met de hond uit Ostabat zich er al genesteld. Nadat ik dat ook heb gedaan wandel ik naar het postkantoor voor mijn post. Ik ben benieuwd wat er is gekomen. Maar liefst 13 kaarten en brieven, zo blijkt. Op een stil terrasje lees ik alle post. Het is een fijn gevoel om me gesteund te zien door de mensen van thuis. Na het lezen van zoveel fijne brieven voel ik me helemaal blij.
Het regent nog steeds en ik loop met een glimlach van oor tot oor door St. Jean alsof het allemaal geweldig is. Dat is het ook, van binnen in ieder geval. In de gite ligt nog een Italiaan te slapen, wat me ertoe beweegt even buiten te gaan eten. Het regent weliswaar, maar onder een druivenrank tegen een gevel vind ik net een droog plekje. Prima zo, behalve dat ik het wat koud krijg. Zo warm is het niet buiten.
Rond 20u00 komen 2 Nederlandse dames langslopen die me eerder via een kaartje kenbaar hebben gemaakt dat ze morgen samen met mij de Pyreneeën over willen. Ze zien wat op tegen de klim, naar het lijkt een beetje aangeprate tegenzin. Dat heb ik ook wel een beetje en ook zij willen graag in een klein groepje de berg over. Wandelaars wordt geadviseerd de route gezamenlijk te lopen, omdat deze door regen of mist slecht zichtbaar kan zijn. Dan verdwaal je in ieder geval niet alleen.
De twee, Ida en Han, zijn naar schatting midden vijftig en ze hebben samen vanaf 1 mei de hele route vanaf Nederland gelopen. Lijkt me gezellig, samen lopen, samen ervaringen delen. Ik spreek met hen af voor morgenochtend, dat geeft ook mij een beter gevoel.
In de kleine gite slapen vannacht 5 mensen en een hond. Min of meer vol dus. Ik moet zeggen dat het me wat veel is voor in zo'n klein hokkie.

OGENSCHIJNLIJK
Ogenschijnlijk heeft het ene
niets te maken met het ander
Ogenschijnlijk schuilt er
voordeel in een vaste baan
Ogenschijnlijk zal er nog
een heleboel verand'ren
Ogenschijnlijk staan de sterren
hier niet zo ver vandaan
Jules Deelder
Cahors is een Franse gemeente en de hoofdstad (préfecture) van het departement Lot. De stad ligt in een meander van de rivier de Lot en is bijna volledig omgeven door water. De ligging is uniek: op een gelijke afstand van de Atlantische Oceaan, de Middellandse Zee en de Pyreneeën.
De kathedraal (Cathédrale Saint-Étienne) is een monumentaal bouwwerk, opgebouwd uit diverse onderdelen uit verschillende tijdperken. Het is dan ook een verzameling van allerlei verschillende bouwstijlen van de 11e tot de 17e eeuw. Het schip is afkomstig van het oude deel in Romaanse stijl, dat in 1120 gebouwd is. De apsis waaraan in de 12e eeuw begonnen is maar die tussen 1285 en 1293 herbouwd is, is gebouwd in de gotische stijl. In het begin van de 14e eeuw is de oostelijk kant van de kerk vernieuwd na het slopen van de aanpalende huizen. In de 15e en 16e eeuw is aan de binnenkant van de kerk verbouwd, met name in de kapellen. In die tijd wordt ook het klooster gebouwd, dat een uitbundig voorbeeld is van de gotiek.

Moissac is vooral bekend om haar abdij en haar abdijkerk. De druk bewerkte entree van de kerk, vol met beelden en reliëfs en de kloosteromgang zijn een hoogtepunt van wat Frankrijk aan oude romaanse kunst heeft te bieden.
Abdij Saint-Pierre
Volgens de legende werd die in Moissac door Chlodwig gesticht, maar het is aannemelijker dat de stichter een Normandische benedictijn was, die in de7de eeuw naar het zuidwesten van Frankrijk was gekomen. Door Saracenen, Noormannen en Hongaren verschillende malen verwoest, kreeg het pas grotere betekenis toen het in 1047 door de abt van Cluny, de Heilige Odilon,.met de abdij van Cluny verenigd werd. In het jaar 11 80 werd de nieuwe kerk gewijd, het zuidportaal van haar voorhal is bewaard gebleven. Het is een van de belangrijkste portalen van de Romaanse Languedoc en een voorbeeld voor veel andere in Spanje en Frankrijk. In het timpaan wordt Christus als wereldbeheerser voorgesteld, omgeven door de symbolen van de evangelisten, door engelen en zijn vierentwintig voorouders. Deze sculpturen beelden de Apocalyps uit. Een handschrift van Beatus uit de 8ste eeuw, waarvan in de middeleeuwen talrijke verluchtigde kopieën circuleerden en waarvan een exemplaar waarschijnlijk in Moissac lag, werd vermoedelijk als voorbeeld voor het timpaan gebruikt.

Ontdekt in 1810, waren de Grottes de Betharram een van de eerste grotten die werden geopend voor het publiek. In 1880 gingen Britse inwoners van Pau de grotten uitbaten met hulp van lokale molenaar Losbats de Lestelle Bétharrram. De grotten werden in 1903 geopend voor het publiek, na enkele jaren werk door Léon Ross, een van de eerste fotografen in de regio van de Pyreneeën. Vanaf het begin is de grote populariteit van de grotten te danken aan de magnifieke verlichting.
DENKEN Als je gaat denken dan wordt alles zo belangrijk dan wordt je kleine 'ik' ontieglijk omvangrijk, als je niet ophoudt met dat in jezelf te spitten lig je te piekeren, als de and'ren lekker pitten. Toon Hermans
Geschiedenis Lourdes In 1858 verklaarde Bernadette Soubirous, toen een 14-jarig meisje, tussen 11 februari en 16 juli verschillende verschijningen te hebben gezien van de Heilige Maagd Maria in de verre Grot van Massabielle.
In 1864 werd er een standbeeld opgericht ter ere van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes bij de plaats van de verschijningen. Er werd een kapel gebouwd die al spoedig te klein werd en ging dienen als crypte voor de eerste basiliek, de Basiliek van de Onbevlekte Ontvangenis. In de loop der jaren kwamen hier nog twee basilieken bij en verschillende andere gebouwen, die thans alle deel uitmaken van het Heiligdom van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes.
Bernadette Soubirous ging in het klooster van Nevers in 1866 en werd heilig verklaard in 1933 .
Pau is een stad in Frankrijk. Met 82.500 (216.830 in de agglomeratie ) inwoners is het de grootste stad en tevens prefectuur van het departement Pyrénées-Atlantiques. Het ligt in de regio Aquitanië.
Van 1950 tot 1990 was Pau afhankelijk van de productie van gas en sulfaat dioxide. Momenteel zijn de belangrijkste economische activiteiten de olieindustrie, de luchtvaartindustrie, toerisme en landbouw. In Pau is Elf Aquitaine opgericht. Dit bedrijf is tegenwoordig een onderdeel van Total.
Pau is het derde economische en universitaire centrum van het Zuid-Westen van Frankrijk na Bordeaux en Toulouse.
Bijna ieder jaar is Pau opgenomen in de Ronde van Frankrijk.





Er is een boek, het Liber Sancti Jacobi, bewaard gebleven dat in de twaalfde eeuw werd geschreven door een Franse klerk, Emeric Picaud. Het wordt ook wel beschouwd als de eerste reisgids in Europa. Hij beschrijft een aantal hoofdroutes door Frankrijk. De daarbij genoemde plaatsnamen zijn: Tours, Vézelay, Le Puy-en-Velay en St. Gilles bij Arles. De routes worden resp. genoemd: Via Turonensis, Via Lemovicensis, Via Podiensis en Via Tolosane.
Drie van deze wegen komen bij elkaar in Ostabat in de Pyreneeën op een plek die Gibraltar wordt genoemd (een verbastering van het Baskische woord voor Zaligmaker). De weg voert vandaar over de pas van Roncesvalles (bekend van het Roelandslied) naar Puente La Reina. Hier voert de vierde weg, die de Pyreneeën is overgestoken via de Somportpas, zich bij de anderen. Vanaf dat punt heet de gezamenlijke weg, ruim 600 kilometer lang, de Camino Francés, oftewel de Franse weg.
De bouw van een brug aan het eind van de 13e eeuw legde de basis voor Navarrenx. De brug was een belangrijk onderdeel van de weg naar de Pyreneeën en Navarra in Spanje, van welke de naam van de stad is afgeleid. In 1290 werd het fort "Castérasse" gebouwd aan de rivier de Gave.
Om de militaire status van de stad te versterken werden in de 16 e eeuw, na de vernietiging van "Castérasse" door Henri II of Albret de huidige verdedigingswerken gebouwd. De werken stonden onder toezicht van de Italiaanse bouwmeester Fabricio Siciliano. Navarrenx werd daarmee de eerste vestingstad van Frankrijk.
