Olveiroa - Finisterre
deel II dag 20 / 12 september / 35 km / 1061,5 totaal
Voordat we gisteravond gingen eten, zijn we nog even teruggelopen naar de herberg. Daar zaten we de controlerende hospitalera te observeren. Echt iedereen die aankwam moest zijn tas openmaken en vooral de slaapzak controleren en uitschudden. Het werd echt lachen toen er een Japanse jongen aan kwam lopen en de hospitalera hem onder handen nam. Hij begreep er helemaal niets van. In het Engels heb ik heb uitgelegd wat de bedoeling was. Vervolgens pakt hij uit zijn niet al te grote rugzak een werkelijk enorme spuitbus met anti-insectenspray. Dat ding was misschien wel 40 cm lang! We lagen dus helemaal in een deuk, wat hij nog verergerde door met dat enorme geval ook nog eens in zijn tas te gaan spuiten!
Er waren veel vliegen in het dorp en de herberg trouwens. De vliegenvanger (zo'n ouderwetse plakstrip die mijn opa en oma vroeger ook in de woonkamer hadden hangen) die ik had opgehangen zat vanmorgen helemaal vol vliegen. Dat was dus geen overbodige luxe.
's Avonds hebben we gegeten waar we eerder die dag op het terras zaten. We hebben de maaltijd genoten met Paul en Herman. Herman heeft zijn tocht naar Santiago de Compostela per fiets afgelegd, in 4 ½ week. Toen Herman mij vroeg waar ik vandaan kom, bleek de wereld ineens weer heel erg klein. Hij bleek in Zuidbarge te zijn geboren, waar hij aan de Halve Maanstraat heeft gewoond. Hij kent dus ook mijn familie Omvlee, mijn opa en oma, die vroeger een winkel en molen hadden. Ik zal het wel eens aan mijn pa vragen, of hij de familie Rabbers kent. Herman Rabbers, die nu 63 is, ging vroeger wel met zijn vader mee, die bij mijn opa kwam om in zijn molen koren te laten malen. Het is toch wel apart, in Spanje iemand te ontmoeten die mijn familie kent. Dat vindt Herman ook, die zichtbaar geroerd is door deze herinneringen en gedeelde geschiedenis.
Vannacht begon ik me toch wel een beetje zorgen te maken over de wandeling van de volgende dag. Ik merkte namelijk dat ik weer eens een blaasontsteking heb. Aangezien dat behoorlijk pijnlijk kan zijn en je er ook koorts van kunt krijgen, wist ik niet of het wel zou lukken om te gaan lopen. Daar kwam nog bij, dat de eerste plaats waar ik antibiotica zou kunnen krijgen, Cee, op zo'n 20 kilometer afstand ligt van Olveiroa. Na dit dilemma samen te hebben overdacht en 2 paracetamolletjes verder, zijn we toch maar gaan lopen. We wilden zo graag vandaag eindigen in Finisterre, of, als het toch niet zo lekker zou gaan, vandaag tot Cee lopen en de dag daarna het laatste stukje doen.
Met regelmatig een paracetamolletje tussendoor ging het gelukkig prima. Een paar kilometer voordat we Cee naderden werden we getrakteerd op prachtige uitzichten op bergkammen aan de kust en ook de Oceaan, die ik voor het eerst zag. Bij Cee moesten we flink steil afdalen en ook bij die afdaling was er een prachtig uitzicht op het stadje en de zeebaai.
In Cee hebben we eerst voor mij bij de eerste de beste farmacia antibiotica gehaald. Het woord voor blaasontsteking (cistitis) hadden we de avond ervoor opgezocht in het woordenboek van Herman. Dankzij de uitleg van Pieter-Bas dat ik zeker wist dat ik blaasontsteking heb en antibiotica nodig heb, kreeg ik drie zakjes met het benodigde medicijn mee. De apotheker wilde me eerst nog naar het ziekenhuis sturen, maar gelukkig was Pieter-Bas voldoende overtuigend. We hadden, met het einddoel binnen bereik, niet zo'n zin om de hele middag kwijt te zijn met wachten in een ziekenhuis.
Ook hebben we in Cee treinkaartjes voor de nachttrein van vrijdag op zaterdag vanaf Santiago de Compostela naar Madrid gekocht. Het waren de laatste plaatsen in een tweepersoons coche, dus dat was mooi geregeld!
Na de lunch en het nemen van antibiotica zijn we weer verder gelopen. Onderweg hebben we nog weer een lekkere pauze gehad bij Ton en Irma op de camping, die aan de route ligt. Ik was al bijna in slaap gevallen in de hangmat, maar er waren nog wat kilometers van deze prachtige wandeling naar Finisterre af te leggen, dus zijn we toch weer vertrokken. We zouden Ton en Irma later op de dag weer in Finisterre treffen.
Dat was nog een flinke wandeling langs de baaien en strandjes. Toen we in Finisterre bij de herberg aankwamen liepen ook Ton en Irma daar in het straatje, alweer binnengehaald! In de herberg kregen we onze laatste stempel, waarop vermeld staat: Fin del Camino! Daarnaast ontvingen we een Finisterra, met stempel en (p.o.) handtekening van de Alcalde, de burgemeester van Finisterre. Die hebben we netjes bij de compostellanos in de kartonnen koker opgeborgen.
We wilden niet in de herberg slapen, maar het was nog een hele toer om een hotel te vinden. Het ene (met zwembadje) zat vol, het andere staat naast een bouwput. Nu zitten we voor € 30,00 in een hostal. Pieter-Bas had het zich toch wel iets anders voorgesteld en was een beetje sip. Hij wilde twee nachtjes in een leuk hotel verblijven, met een beetje luxe. Maar nu hebben we wat anders bedacht. Morgen verkassen we weer, naar een heel schattig hotel, dat tegenover de camping van Ton en Irma aan het strand ligt en een prachtig uitzicht op de baai biedt. Het ligt dus buiten Finisterre, maar Finisterre hebben we zo bekeken, het is maar een klein stadje.
Vóór het avondeten hadden Pieter-Bas en ik nog iets af te maken: er resteerden nog 3 kilometer van de Camino de Santiago naar kaap Finisterre, die we uiteraard ook lopend gingen afleggen. We moesten wel op tijd weg om de zonsondergang vanaf de kaap te kunnen bewonderen. Onderweg naar boven kwamen we, zoals verwacht, nog meer mensen tegen met hetzelfde plan. Boven troffen we ook Ton en Irma, om samen de zonsondergang te gaan bekijken. Eerst voelden ze zich nog bezwaard om ook te komen, want we wilden dat vast met zijn tweetjes doen… Op de kaap aangekomen zagen ze dat we hoe dan ook niet met zijn tweetjes zouden zijn geweest. Verspreid over de rotsen zaten er behoorlijk wat mensen. Voor deze gelegenheid hadden Ton en Irma ook nog een Spaanse cava meegenomen, die we uit hun campingkristal hebben gedronken.
Na verschillende vormen te hebben aangenomen, dook de rood geworden zon in de Atlantische Oceaan. Onderwijl zagen we vanaf de kaap in de diepte vissersboten rondjes draaien. Met het verdwijnen van de zon werd het direct wat frisser en zijn we naar Finisterre gegaan om te eten.
Vanavond hebben we met zijn vieren bij een bar/restaurant aan de haven van Finisterre gegeten. Heerlijke gamba's! Irma en ik hebben allebei voor het eerst navajes gegeten, je weet wel, van die ‘scheermessen'. Mmmm!
Vandaag is onze lange wandeltocht van Sevilla naar Santiago de Compostela en Finisterre dus geëindigd. Het laatste betonnen paaltje met het blauwe tegeltje en gele gestileerde St. Jacobsschelp staat op de kaap zelf. Pieter-Bas heeft het paaltje, waarop het aantal nog af te leggen kilometers 0,0 luidt, op de gevoelige plaat vastgelegd. Velen laten iets achter naast de bronzen schoen die er op de rotsen staat. Sjaals, schoenen en dergelijke zijn er opgehangen.
Het is een fijn gevoel dat we het hebben volbracht. Meer dan 1000 kilometer in 40 dagen, zonder noemenswaardige problemen. Dankzij onze voetencrème Gehwohl hebben we allebei geen last van blaren gehad. Sommige kwaaltjes kan je blijkbaar niet voorkomen, maar ook dat heeft ons uiteindelijk niet afgeremd. Het geeft een goed gevoel een fysiek toch wel pittige onderneming prima aan te kunnen. Daarbij hebben we gemerkt dat het bij je hebben van goede en vooral niet teveel spullen erg prettig is. De kleine apotheek met onder andere loperamide en paracetamol heeft ook zijn nut bewezen.
Het was een bijzondere tocht. We hebben het samen al lopend onderweg zijn als zeer bijzonder ervaren.